





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Aboe Moessa Al-Ash'ari, moge Allah tevreden zijn met hem, zei dat de profeet (vrede zij met hem) zei: “De gelijkenis van hetgeen Allah mij heeft gezonden aan leiding en kennis, is als die van een overvloedige regen die neerdaalt op een stuk land. Een deel ervan is zuiver en vruchtbaar: het neemt het water op, laat overvloedig gras en gewas ontspruiten. Een ander deel is hard en dor: het houdt het water vast, zodat de mensen er baat bij hebben — zij drinken ervan, drenken hun vee en beplanten hun akkers. En dan is er een derde soort grond: vlak en onvruchtbaar, die noch water vasthoudt, noch enig groen voortbrengt. Ziedaar de vergelijking met wie inzicht verwerft in de religie van Allah en zich laat leiden door wat Allah mij heeft meegegeven — hij vergaart kennis en verspreidt haar. En zie daar ook het beeld van wie zich er niets van aantrekt, het hoofd ervoor afwendt en de goddelijke leiding die mij gegeven is niet aanvaardt.”
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem ) beeldde, vol bewondering, degene uit die profiteert van hetgeen hij heeft gebracht aan leiding en kennis die tot het hoogste doel leidt, door dit te vergelijken met aarde waarop overvloedige regen neerdaalt. Die aarde valt uiteen in drie categorieën: Ten eerste: vruchtbare, reine en zuivere grond die het water van de regen opneemt, waarop er talrijke planten en gewassen ontspruiten, zowel frisgroen als dor, waarmee de mensen baat vinden. Ten tweede: Een bodem die het water wel vasthoudt, maar waarop zelf geen gewassen groeien; ze bewaart het water zodat de mensen er profijt van hebben, zij drinken ervan, drenken hun vee en bewerken hun akkers ermee. Ten derde: Een vlakke, harde, onvruchtbare aarde die noch het water vasthoudt, noch iets laat groeien, zij profiteert zelf niet van het water, noch brengt zij nut voort voor anderen. Zo vergaat het eveneens degenen die de boodschap van kennis en leiding van de Profeet (vrede zij met hem) ontvangen. De eerste categorie betreft degene die diepgaand kennis opdoet van de godsdienst van Allah, ernaar handelt en zijn verworven kennis ook onderwijst aan anderen. Hij is als de vruchtbare aarde die zelf het water opneemt, er voordeel uit haalt en vervolgens ook anderen laat profiteren door gewassen te laten groeien. De tweede categorie betreft degene die kennis weliswaar bewaart, maar die geen diepgaand inzicht of vermogen tot afleiding van nieuwe kennis bezit; hij verzamelt kennis en wijdt er zijn tijd aan, maar handelt er niet volledig naar of begrijpt niet alles wat hij vergaart. Hij is een middel voor anderen, net als de aarde die het water vasthoudt waaruit de mensen drinken, ook al brengt zij zelf geen gewassen voort. De derde categorie betreft degene die kennis wel hoort, maar die noch bewaart, noch toepast, noch overbrengt op anderen. Hij is als een dorre, onvruchtbare bodem die niets voortbrengt, het water niet vasthoudt of het zelfs voor anderen bederft.
Overgeleverd van Noe'maan ibn Bashier — moge Allah tevreden over hem zijn — die zei: "Leven jullie niet in overvloed, met voedsel en drank naar believen? Waarlijk, ik heb jullie Profeet (vrede zij met hem) gezien, terwijl hij niet eens het meest eenvoudige, ruwe dadelvoeder (de mindere dadelsoort) kon vinden om zijn maag ermee te vullen."
Overgeleverd door MoeslimNoe'maan ibn Bashier (moge Allah tevreden zijn met hem en zijn vader) herinnerde de mensen eraan in welke overvloed en zegeningen zij verkeren; zij beschikken immers nog steeds over voedsel en drank in de hoeveelheid die zij wensen. Vervolgens berichtte hij over de toestand van de Profeet (vrede zij met hem) die soms niet eens de meest eenvoudige, inferieure dadels wist te vinden om de leegte van zijn maag door de honger ermee te vullen.
Aboe Al-‘Abbas Sahl ibn Sa‘d al-Sa‘idi (moge Allah tevreden met hem zijn) verhaalt: "Er kwam een man naar de Profeet (vrede zij met hem) en zei: “O Boodschapper van Allah, wijs mij een daad aan waardoor Allah mij liefheeft en de mensen mij beminnen.” Waarop de Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: "Verkies soberheid in deze wereld, dan zal Allah van je houden en verkies soberheid ten aanzien van wat de mensen bezitten, dan zullen de mensen van je houden."
رواه ابن ماجه وغيره بأسانيد حسنةEen man vroeg de Profeet (vrede zij met hem) hem te leiden naar een daad waardoor Allah hem zou beminnen en de mensen van hem zouden houden. De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: “Allah zal van je houden wanneer je de verleidingen van deze wereld verwerpt, evenals alles wat je in het Hiernamaals niet ten goede komt en alles wat mogelijk schade aan je godsdienst kan brengen. De mensen zullen van je houden wanneer je sober blijft ten aanzien van wat in hun handen is, want zij koesteren het van nature; wie hen daarin benadert, wekt hun afkeer, maar wie het hen laat, wint hun genegenheid.”
Overgeleverd door Al-Miqdaam ibn Ma‘di Karib, moge Allah tevreden zijn met hem, dat hij zei: "Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zeggen: "Geen menselijk lichaam wordt ooit gevuld met een erger vat dan de maag. Voor de zoon van Adam is het voldoende om een paar happen te eten die zijn rug recht houden. Als het echt niet anders kan, laat dan een derde deel van de maag voor voedsel, een derde voor drank en een derde voor de adem (lucht).»
رواه الإمام أحمد والترمذي والنسائي وابن ماجهDe edele Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) wijst ons hier op een fundamenteel principe van de geneeskunde: Preventie, waarmee de mens zijn gezondheid beschermt. Dit principe uit zich in matigheid bij het eten; men dient slechts zoveel te nuttigen als nodig is om de kracht voor noodzakelijke handelingen te behouden. Want het vullen van het lichaam tot het uiterste, met andere woorden, een overvolle maag, brengt talloze schadelijke gevolgen met zich mee, zowel onmiddellijk als op langere termijn, zowel innerlijk als uiterlijk. Daarom zei de Boodschapper (vrede zij met hem): "Als men zich echt wil verzadigen, verdeel dan het voedsel in drieën: Een derde voor voeding, een derde voor drank en een derde voor de adem/lucht. Zo wordt schade en ongemak vermeden en behoudt men de energie om zowel de verplichtingen jegens Allah als de noodzakelijke wereldse taken na te komen."
Van Anas ibn Malik (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) werd op de hoogte gesteld van iets betreffende zijn metgezellen, waarna hij opstond en zei: "De hemel en de hel werden aan mij getoond; ik heb vandaag in de hemel het meeste goed gezien en in de hel het meeste kwaad. Als jullie zouden zien wat ik heb gezien en weten wat ik weet, dan zouden jullie intens begaan zijn, zouden jullie veel minder lachen en veel meer huilen." De metgezellen van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) ervoeren op die dag de zwaarste tijd die zij ooit hadden meegemaakt. Ze bedekten hun hoofden en zuchtten diep. Omar stond op en zei: "Wij zijn tevreden met Allah als onze Heer, met de Islam als onze religie en met Mohammed als onze Profeet." Toen stond een man op en vroeg: "Wie is mijn vader?" De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: "Je vader is die en die." Toen werd het vers geopenbaard: {O jullie die geloven, stel geen vragen over zaken die, als ze aan jullie getoond zouden worden, jullie zouden beschadigen} [Al-Ma'idah: 101].
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vernam iets over zijn metgezellen, namelijk dat zij hem veel vragen stelden. Dit wekte zijn ongenoegen, waarop hij opstond en sprak: "De hemel en de hel werden aan mij getoond; ik heb vandaag in de hemel het meeste goed gezien en in de hel het meeste kwaad. Als jullie zouden zien wat ik heb gezien en weten wat ik weet, dan zouden jullie intens begaan zijn, zouden jullie veel minder lachen en veel meer huilen." Anas (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: Er kwam geen dag voor de metgezellen van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) die zwaarder was dan deze. Ze bedekten hun hoofden en er was een geluid, als een rouwklacht, dat uit de neus kwam door de intensiteit van hun verdriet. Toen stond Omar (moge Allah tevreden zijn hem ) op en zei: "We zijn tevreden met Allah als onze Heer, met Islam als ons geloof en met Mohammed als onze Profeet." Hij zei: En dan stond een man op en vroeg: "Wie is mijn vader?" Hij zei: "Je vader is die-en-die," en vervolgens werd het volgende geopenbaard: {O jullie die geloven, vraag niet naar dingen die, als ze aan jullie worden onthuld, jullie zouden kunnen schaden.} [Al-Ma'idah: 101]
Anas ibn Mālik (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Was het voor de zoon van Adam gegeven dat hij twee valleien vol goud bezat, dan zou hij verlangen naar een derde. Niets vult immers de buik van de zoon van Adam behalve stof en Allah aanvaardt berouw van degene die zich tot Hem wendt."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) heeft verklaard dat indien de mens twee valleien vol goud zou verkrijgen, zijn natuurlijke begeerte hem zou aansporen om een derde te zoeken. Zo blijft de mens onverzadigbaar in zijn streven naar wereldse rijkdom, tot op het moment dat zijn buik wordt gevuld met het stof van zijn graf.
Overgeleverd door Qutbah ibn Mālik — moge Allah tevreden over hem zijn — dat de Profeet (vrede zij met hem): «O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen alle afkeurenswaardige gedragskenmerken, daden en begeerten».
Overgeleverd door At-TirmidhiDit gebed behoorde tot de smeekbeden van de Profeet (vrede zij met hem): (O Allah), ik zoek mijn toevlucht (bij U) tegen (de verwerpelijke) waartegen Allah en Zijn boodschapper hebben gewaarschuwd: (gedragskenmerken) zoals haat, jaloezie en arrogantie; (en) de verwerpelijke (daden) zoals vloeken en schelden; (en) alle (begeerten) die de ziel nastreeft, terwijl ze in strijd zijn met de sharia.
Overgeleverd van ‘Iyad ibn Himar, de broeder van Banou Mojashi‘, moge Allah tevreden met hem zijn, die zei: "Op zekere dag stond de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) onder ons als redenaar en hij sprak ons toe. Onder hetgeen hij zei, bevond zich de volgende uitspraak: "Allah heeft mij geopenbaard dat jullie nederigheid moeten betrachten, zodat niemand zich boven een ander verheft en niemand onrecht pleegt jegens zijn medemens."
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) stond op onder zijn metgezellen en sprak hen toe met een redevoering, waarin hij onder andere het volgende benadrukte: "Allah heeft hem geopenbaard dat het de mensen past om nederig en bescheiden met elkaar om te gaan. Dit houdt in: zachtmoedigheid en vriendelijkheid betonen, het eigen ego beteugelen en hoogmoed vermijden. Niemand dient zich op basis van afkomst, rijkdom of andere wereldse zaken boven een ander te verheffen en evenmin is het toegestaan dat iemand een ander onrecht aandoet of zich agressief opstelt."
Overgeleverd door Aïcha, Moeder der gelovigen — moge Allah tevreden met haar zijn — de echtgenote van de Profeet (vrede zij met hem): 'De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) zei: “O Aïcha, waarlijk, Allah is Zachtmoedig en Hij houdt van zachtmoedigheid. Hij schenkt door zachtmoedigheid wat Hij niet schenkt door hardheid en wat Hij niet schenkt door enig ander middel.”
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) spoorde Moeder der gelovigen Aïcha (moge Allah tevreden met haar zijn) aan tot zachtmoedigheid en vriendelijkheid. Hij leerde haar dat Allah, de Verhevene, Zachtmoedig en Teder is tegenover Zijn dienaren, dat Hij hen gemak en verlichting toewenst en hen niet belast boven hun vermogen. Allah houdt ervan wanneer Zijn dienaren zich kenmerken door zachtaardigheid, inschikkelijkheid en het streven naar gemak. Zij behoren niet ruw, hardvochtig of meedogenloos te zijn. Allah, de Verhevene, schenkt door zachtmoedigheid, zowel in deze wereld als in het Hiernamaals, hetgeen Hij niet schenkt door hardheid of wreedheid. In deze wereld verkrijgt men door zachtmoedigheid lof, liefde, het vervullen van behoeften en het vergemakkelijken van doelen. In het Hiernamaals schenkt Allah een overvloedige beloning. Zachtmoedigheid brengt met zich mee wat geen enkel ander gedrag voortbrengt.