





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Imran ibn Husayn, moge Allah tevreden zijn hem, verteld: Een man kwam naar de Profeet (vrede zij met hem) en zei: "Vrede zij met u." De Profeet antwoordde hem en de man nam plaats. Vervolgens zei de Profeet: "Tien" Kort daarna kwam er een andere man binnen en zei: "Vrede zij met u en de genade van Allah" De Profeet begroette hem en hij nam plaats. Toen vervolgde de Profeet: "Twintig." Ten slotte kwam er een derde man binnen die zei: "Vrede zij met u, de genade van Allah en Zijn zegeningen." De Profeet verwelkomde hem en hij ging zitten. Daarna zei de Profeet: "Dertig."
رواه أبو داود والترمذي وأحمد والدارميEen man kwam naar de Profeet (vrede zij met hem) en zei: "(Vrede zij met u)." De Profeet antwoordde hem en de man ging zitten. Toen zei de Profeet: "Voor hem zijn tien goede daden geschreven." Vervolgens kwam er een andere man binnen en zei: "(Vrede zij met u en de genade van Allah.)" De Profeet antwoordde hem en de man ging zitten. Toen zei de Profeet: "Voor hem zijn twintig goede daden geschreven." Toen kwam er weer een man binnen en zei: "(Vrede zij met u, de genade van Allah en Zijn zegeningen.)" De Profeet antwoordde hem en de man ging zitten. Toen zei de Profeet: "Voor hem zijn dertig goede daden geschreven." Dat wil zeggen: voor elk uitgesproken woord zijn er tien goede daden.
Er is overgeleverd door ‘Abdoellah ibn Mas‘oed, dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "O Allah, ik vraag U om leiding, vroomheid, kuisheid en welvaart.’"
Overgeleverd door MoeslimHet was een van de gebeden van de Profeet (vrede zij met hem): ''O Allah, ik vraag U om leiding,'' de rechte weg van het kennen van de waarheid en het handelen naar deze waarheid en vroomheid,' het opvolgen van de geboden en het vermijden van de verboden, 'en kuisheid,' het onthouden van wat niet is toegestaan of wat onbetamelijk is in woorden of daden, 'en welvaart,' zodat men niet afhankelijk is van anderen, behalve van zijn Heer, de Verhevene.
Aisha, de moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn met haar, heeft gezegd: Ik zei tegen de Profeet (vrede zij met hem): "Het volstaat dat Saffiya al zó en zó is." (Een van de vertellers voegde toe: "Ze bedoelde daarmee dat Safiyya klein van gestalte was) De Profeet antwoordde toen: "Je hebt een woord uitgesproken als het in de zee zou worden gemengd, het water zou verontreinigen" Ze zei: "ik heb iemand nagebootst." De Profeet zei daarop: " zou het niet fijn vinden om iemand na te bootsen, zelfs niet als ik daarvoor dit of dat zou krijgen".
Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi en AhmedMoeder der gelovigen, Aisha, moge Allah tevreden zijn haar, zei tegen de Profeet (vrede zij met hem): "Het volstaat dat Saffiya al zó en zó is. (bedoelende Moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn haar ) te zeggen dat een van haar lichamelijke gebreken is dat ze klein van postuur is." De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: "Je hebt een woord uitgesproken, als het gemengd zou worden met het water van de zee, het zou overheersen, veranderen en bederven." Aisha vervolgde: "En ik deed iets soortgelijks bij iemand anders om hem te kleineren." De Profeet (vrede zij met hem) zei: "Ik zou er niet blij mee zijn om over zijn tekortkomingen te spreken of hem na te bootsen en te doen zoals hij, of zijn woorden te herhalen op een neerbuigende manier, zelfs als ik er veel van de wereld voor zou krijgen."
Overgeleverd door Djābir (moge Allah tevreden zijn met hem ), van de Profeet (vrede zij met hem), die zei: "Wie zegt: 'Subhānallāh al-‘Adhīm wa bi-hamdihi' (Heilig is Allah, de Almachtige, en geprezen zij Hij), voor hem wordt een palmboom geplant in het paradijs".
Overgeleverd door At-TirmidhiDe Profeet (vrede zij met hem) liet weten dat wie zegt: "Subhānallāh" (Verheerlijkt zij Allah) en Hem vrijspreekt van elke tekortkoming, en (al-‘Adhīm) Zijn grootsheid in wezen, eigenschappen en daden erkent, en (wa bi-hamdihi) Hem prijst met de volmaaktheid die Hem toekomt, voor hem wordt telkens wanneer hij dit zegt, een palmboom geplant in de tuin van het Paradijs.
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Wees niet jaloers op elkaar, bedrieg elkaar niet, koester geen vijandschap, keer je niet van elkaar af en verkoop niet boven de verkoop van je medemens. Wees, o dienaren van Allah, broeders! De moslim is de broer van de moslim: hij doet hem geen onrecht, laat hem niet in de steek en veracht hem niet. De vroomheid bevindt zich hier en hij wijst drie keer naar zijn borst. Het is al voldoende schade voor een persoon als hij zijn moslimbroeder minacht. Het bloed, het bezit en de eer van elke moslim zijn heilig voor de ander".
Overgeleverd door MoeslimDe profeet (moge Allah hem zegenen en vrede schenken) heeft de moslim aangeraden goed om te gaan met zijn moslimbroeder en heeft enkele van de verplichtingen en fatsoenlijke gedragingen tegenover hen uiteengezet; daartoe behoort: De eerste aanbeveling: Wees niet jaloers op elkaar, zodat niemand van jullie de wens koestert dat een ander zijn zegeningen verliest. De tweede: Wees niet in een onderlinge strijd om te bieden door de prijs van een product te verhogen zonder daadwerkelijk de intentie te hebben het te kopen, dit enkel om de verkoper te bevoordelen of de koper te benadelen. De derde: Wees niet vijandig tegenover elkaar, want vijandschap betekent de intentie om schade toe te brengen en is het tegenovergestelde van liefde, behalve wanneer die vijandschap voortkomt uit het liefde voor Allah, want dan is het verplicht. De vierde: Wees niet afkerig van elkaar, door je rug naar je broeder te keren en hem de rug toe te keren, zodat je je van hem afwendt en hem negeert. De vijfde: Verkoop niet over elkaars verkopen heen door tegen degene die een product heeft gekocht te zeggen: 'Ik heb een vergelijkbaar artikel voor een lagere prijs of van betere kwaliteit tegen dezelfde prijs. Vervolgens gaf hij (moge de zegeningen en vrede op hem zijn) een allesomvattende aanbeveling en zei: 'Wees als broeders en laat achterwege wat hierboven is genoemd aan verboden en wees weldadig, vriendelijk, vol medelijden en tederheid en ondersteun elkaar in het goede, met oprechte harten en in alle situaties oprechte raad. En tot de vereisten van deze broederschap behoren: Dat hij zijn medemoslim niet onrecht aandoet en hem geen schade berokkent. En dat hij zijn medemoslim niet in de steek laat wanneer deze onrecht wordt aangedaan en hem bijstaat op een moment dat hij kan helpen en het onrecht kan afwenden. En dat hij hem niet veracht, niet kleinachtend naar hem neerkijkt en hem met minachting beschouwt; dit is het resultaat van arrogantie in het hart. Vervolgens benadrukte de profeet (vrede zij met hem) drie keer dat de vroomheid in het hart ligt. Degene die vroomheid in zijn hart heeft, die leidt tot goed gedrag, vrees voor Allah en bewustzijn van Hem, veracht geen enkele moslim. Het verachten van zijn medemoslim is voldoende om hem te beschouwen als iemand met slechte eigenschappen en ondeugden; dit gebeurt als gevolg van arrogantie in zijn hart. Daarop bevestigde de profeet (vrede zij met hem) opnieuw dat alles wat van een moslim afkomstig is, voor een andere moslim verboden is: zijn bloed, door hem onrechtmatig te doden of door hem te verwonden of te slaan en zijn bezit, door het zonder recht van hem af te nemen en zijn eer, door hem in zijn persoon of afstamming te veroordelen.
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: "De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: 'Wie een gelovige bevrijdt van een beproeving in het leven, Allah zal hem bevrijden van een beproeving op de Dag des Oordeels. En wie het iemand die in moeilijkheden verkeert gemakkelijk maakt, Allah zal het hem gemakkelijk maken, zowel in dit leven als in het hiernamaals. En wie de gebreken van een moslim bedekt, Allah zal zijn gebreken bedekken, zowel in deze wereld als in het hiernamaals. Allah helpt Zijn dienaar zolang de dienaar zijn broeder helpt. En wie een pad volgt op zoek naar kennis, Allah zal hem een pad naar het Paradijs vergemakkelijken. Er is geen groep die zich in een huis van de huizen van Allah verzamelt om het Boek van Allah te reciteren en het samen te bestuderen, zonder dat de kalmte over hen neerdaalt, genade hen omhult, engelen hen omringen en Allah hen bij Zich vermeldt. Wie wordt vertraagd door zijn eigen daden, zal niet door zijn afkomst vooruit worden geholpen.'"
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) verduidelijkte dat Allah de beloning voor een moslim laat overeenkomen met wat de moslim zelf voor andere moslims doet. Wie de zorgen en moeilijkheden van een gelovige in het wereldse leven verlicht, zal door Allah verlost worden van een beproeving op de Dag der Opstanding. Wie een medemens in moeilijkheden helpt door zijn last te verlichten, hem te steunen en zijn problemen weg te nemen, Allah zal het hem gemakkelijk maken, zowel in dit leven als in het hiernamaals. En wie een tekortkoming van een medemoslim bedekt en het niet openbaart, Allah zal ook zijn gebreken verbergen, in zowel deze wereld als het hiernamaals. Allah ondersteunt Zijn dienaar zolang deze zich inzet voor de belangen van zijn broeder, zowel in religieuze als wereldse zaken. Die hulp kan bestaan uit gebed, fysieke steun, financiële middelen en andere vormen van hulp. En wie zich inspant voor het verwerven van religieuze kennis met de intentie om Allah Zijn welbehagen te verdienen, Allah zal voor hem een weg naar het Paradijs vergemakkelijken. En wanneer een groep zich in een huis van Allah verzamelt om het Boek van Allah te reciteren en samen te bestuderen, zal de rust over hen neerdalen, zullen ze worden omhuld door genade, de engelen zullen hen omringen en Allah zal hen prijzen in het gezelschap van hen die dicht bij Hem staan. Er is geen groter eer dan dat Allah Zijn dienaar in het Hemelse gezelschap vermeldt. Wie echter in zijn daden tekortschiet, zal niet dezelfde rang bereiken als degenen die uitmunten in hun daden. Men zou dus niet moeten vertrouwen op de eer van afkomst en de deugden van voorouders, terwijl men tekortschiet in eigen daden.
Overgeleverd van Al-Agharr, moge Allah tevreden met hem zijn, die een metgezel was van de Profeet (vrede zij met hem). Hij zei: "De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: 'O mensen, keer terug tot Allah in berouw, want ik vraag Hem dagelijks honderd keer om vergiffenis.'"
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) beveelt de mensen om veelvuldig berouw te tonen en vergiffenis te vragen en hij geeft daarbij zelf aan dat hij dagelijks meer dan honderd keer berouw toont en vergiffenis vraagt aan Allah de Verhevene, ondanks dat hem al zijn eerdere en toekomstige zonden vergeven zijn. Dit toont de volmaakte nederigheid en devotie aan Allah, de Verhevene.
Aboe Sa'īd al-Khudri (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: Het gewaad van de moslim reikt tot de helft van de scheen en er is geen bezwaar – of geen schande – voor wat zich bevindt tussen de scheen en de enkel. Wat zich echter onder de enkels bevindt, is in het vuur (de hel). Degene die zijn kleed met arrogantie laat slepen, zal Allah niet met een blik vereren.
Overgeleverd door Aboe Dawoed, Ibn Maja en AhmedDe Profeet (vrede zij met hem) heeft aangegeven dat de moslim man met zijn kleed, dat wil zeggen alles wat de onderzijde van de man bedekt, drie situaties kent: De eerste: het is aanbevolen dat het tot de helft van het scheenbeen reikt. De tweede: het is toegestaan zonder bezwaar, namelijk wat zich onder de enkels bevindt; dit zijn de uitstekende botten bij de gewrichten van het scheenbeen en de voet. De derde: het is verboden als het onder de enkels reikt en men vreest dat het in het vuur zal belanden; dit geldt vooral als het uit arrogantie, vreugde of overmoed gebeurt, want Allah kijkt daar niet naar.
Maqil ibn Yasar, moge Allah tevreden met hem zijn, zei dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "De aanbidding tijdens tumult is als een migratie naar mij."
Overgeleverd door MoeslimDe Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft in tijden van tumult, onrust, moord en verwarring onder de mensen, geleid tot de aanbidding en het vasthouden aan deze aanbidding. Hij gaf aan dat de beloning ervoor gelijk is aan een migratie naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Dit komt omdat mensen vaak veronachtzamen en afgeleid worden van de aanbidding en slechts enkelen zich er daadwerkelijk op toeleggen.