Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way






























Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
Moeder der gelovigen Aïcha (moge Allah tevreden zijn met haar) bericht dat de familie van de Profeet (vrede zij met hem) op een dag nooit meer dan twee maaltijden nuttigde en dat wanneer zij twee maaltijden aten, één daarvan altijd uit dadels bestond.
Moeder der gelovigen Aïcha (moge Allah tevreden zijn met haar) bericht dat de familie van de Profeet (vrede zij met hem) sinds hun aankomst in Medina drie opeenvolgende dagen niet verzadigd raakte van het eten van tarwe, totdat de Profeet (vrede zij met hem) overleed.
Moeder der gelovigen Aïcha (moge Allah tevreden zijn met haar) bericht dat het bed waarop de Profeet (vrede zij met hem) sliep, vervaardigd was uit gelooid leer en gevuld met palmvezels en dat hetzelfde gold voor het kussen waarop hij zich leunde.
De Profeet (vrede zij met hem) overleed zonder dat hij een zilveren dirham of gouden dinar, noch een slaaf of slavin, noch een schaap, kameel of enig ander geldelijk bezit achterliet, behalve zijn witte muildier waarop hij reed, zijn wapenuitrusting die hij droeg en een stuk grond dat hij tijdens zijn leven als liefdadigheid had toegewezen ten behoeve van de reiziger in nood.
Anas ibn Malik (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelt dat de Profeet (vrede zij met hem) zelden een preek hield of een vermaning gaf zonder twee zaken te noemen: Ten eerste: Het geloof is niet volledig bij degene die ontrouw is in het omgaan met iemands eigendom, persoon of familie. Ten tweede: De godsdienst is niet volledig bij degene die beloften en overeenkomsten verraadt en deze verbreekt.
De Profeet (vrede zij met hem) stond eens voor een groep zittende metgezellen en vroeg hen: “Zal ik jullie niet leren en wijzen wie van jullie het beste en wie het slechtste is?” De mensen zwegen en antwoordden niets, uit vrees dat hun goede of slechte karakter zichtbaar zou worden en uit terughoudendheid voor mogelijke schaamte; dus zij bleven stil." De Profeet (vrede zij met hem) herhaalde zijn vraag drie keer. Daarop zei een man: “Jawel, O Boodschapper van Allah, wijs ons wie van ons de beste en wie de slechtste is.” Waarop de Profeet (vrede zij met hem) uitlegde: “Het beste onder jullie is hij van wie men goed en rechtschapen gedrag verwacht en van wiens kwaad men veilig is; men vreest zijn kwaad, onrecht of misleiding niet. En het slechtste onder jullie is hij van wie men noch goed noch rechtschapen gedrag verwacht, noch op wie men kan vertrouwen; men vreest zijn kwaad, onrecht en misleiding.”
De Profeet (vrede zij met hem) heeft ons geleerd dat hij die de mensen niet dankt voor het goede en de weldaad die zij hem bewijzen, gewoonlijk ook Allah niet dankt. Dit volgt uit het onderlinge verband tussen de twee: Wie van nature en uit gewoonte ondankbaar is tegenover de gunsten van mensen en het tonen van waardering nalaat, zal geneigd zijn dezelfde ondankbaarheid te tonen tegenover de zegeningen van Allah en tekortschieten in Zijn dankbaarheid.
De Profeet (vrede zij met hem) vertelde dat er in een eerdere gemeenschap een man was die gewond was geraakt. Hij kon niet omgaan met de pijn en in zijn wanhoop nam hij een mes en sneed zijn hand af, waarbij hij de dood haastte. Het bloed bleef stromen totdat hij stierf. Allah, de Verhevene, zei: "Mijn dienaar heeft zichzelf verhaast; ik heb hem de toegang tot het paradijs ontzegd".
Een van de gebeden van de Profeet (vrede zij met hem) was: (O Allah, aan U heb ik mij overgegeven) en ben ik onderworpen. (In U heb ik geloofd), de waarheid erkend en bevestigd. (Op U heb ik vertrouwd), mijn zaken aan U toevertrouwd en mijn vertrouwen op U gevestigd. (Naar U keer ik terug), heb ik me bekeerd en kom ik tot U. (Voor U ga ik in discussie) en heb ik mijn tegenstanders weerlegd. (O Allah, ik zoek toevlucht) en keer terug (bij Uw majesteit), bij Uw bescherming en Uw overmacht. (Er is geen god behalve U), er is geen waarachtig godheid naast U, (dat U mij niet misleidt) van de leiding en de bijstand in het verkrijgen van Uw welgevallen. (U bent de Levende, die nooit sterft) of vergaat, (terwijl de djinn en de mensen sterven).