





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Van Ali (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: Fatima ( moge Allah tevreden zijn met haar) kwam naar de profeet (vrede zij met hem) om te klagen over de zware arbeid van het malen met de handmolen. Ze had vernomen dat er een slaaf was gekomen bij de profeet, maar ze had hem niet kunnen vinden. Ze vertelde dit aan Aisha, en toen de profeet (vrede zij met hem) thuiskwam, vertelde Aisha hem over het verhaal. De profeet (vrede zij met hem) kwam naar hen toe terwijl ze al naar bed waren gegaan. Ze wilden opstaan, maar hij zei: "Blijf op jullie plaatsen." Hij kwam binnen en ging tussen hen in zitten, totdat ik de kou van zijn voeten op mijn buik voelde. Hij zei: "Zal ik jullie niet iets beters wijzen dan wat jullie gevraagd hebben? Wanneer jullie naar bed gaan zeg dan drieëndertig keer de tasbih (lofprijzing), drieëndertig keer de tahmid (dankzegging) en vierendertig keer de takbir (verheerlijking). Dat is beter voor jullie dan een dienaar."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimFatima (moge Allah tevreden zijn met haar) de dochter van de profeet (vrede zij met hem), klaagde over de pijn in haar handen door het malen met de handmolen. Toen er een gevangene bij de profeet (vrede zij met hem) kwam, ging ze naar hem toe om hem te vragen om een dienaar uit deze gevangenen, die haar zou kunnen vervangen met de huishoudelijke taken. Maar ze vond hem niet in zijn huis en trof Aisha, moge Allah tevreden met haar zijn, aan. Ze vertelde haar over haar verzoek. Toen de profeet (vrede zij met hem) thuiskwam, vertelde Aisha hem over de komst van Fatima om hem een dienaar te vragen. De profeet (vrede zij met hem) ging naar Fatima en Ali (moge Allah tevreden zijn met hen beiden) in hun huis, terwijl ze op bed lagen en zich voorbereidden op het slapen gaan. Hij ging tussen hen zitten totdat Ali (moge Allah tevreden zijn met hem) de kou van de voeten van de profeet (vrede zij met hem) op zijn buik voelde. Hij zei: Zal ik jullie niet iets beters leren dan wat jullie mij gevraagd hebben, namelijk het geven van een dienaar? Ze zeiden: "Jazeker." Dus zei de profeet (vrede zij met hem): "Wanneer jullie 's nachts naar bed gaan, zeg dan vierendertig keer 'Allahoe Akbar' (Allah is de Grootste) en drieëndertig keer 'Soebhan Allah' (Gezegend zij Allah), en drieëndertig keer 'Alhamdoelillah' (Prijs zij Allah). Deze dzikr (gedenking van Allah) is beter voor jullie dan een dienaar.
Van Abdoellah ibn Khoebayb (moge Allah tevreden zijn met hem) wordt overgeleverd dat hij zei: We vertrokken tijdens een donkere en winderige nacht om de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) te zoeken terwijl hij voor ons bad. Ik bereikte hem en hij zei: 'Zeg'. Ik zei niets. Toen herhaalde hij: 'Zeg'. Maar ik bleef stil. Hij zei opnieuw: 'Zeg'. Toen zei ik: 'Wat moet ik zeggen?' Hij antwoordde: 'Zeg: "Hij is Allah, de Enige." en de tweemaal herhaalde toevlucht, 's ochtends en 's avonds, zal je beschermen tegen alles.
Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidi en An-Nasa'iDe eerbiedwaardige metgezel, Abdoellah ibn Khoebayb (moge Allah tevreden zijn met hem), vertelt dat zij op een regenachtige nacht, waarin duisternis heerste, vertrokken om de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) te vinden om gezamenlijk te bidden. Zij vonden hem. Toen zei de profeet (vrede zij met hem) tegen hem: 'Zeg' - dat wil zeggen, lees - maar hij las niets. Toen herhaalde de profeet (vrede zij met hem) zijn woorden, waarop Abdoellah zei: 'Wat moet ik lezen, o boodschapper van Allah? De profeet (vrede zij met hem) zei: 'Reciteer Soerat Al-Ikhlas (Zeg: Hij is Allah, de Enige), de twee laatste hoofdstukken van de Koran, Soerat Al-Falaq (Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer van de dageraad) en Soerat An-Nas (Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer van de mensen), 's avonds en 's ochtends, drie keer, ze zullen je beschermen tegen al het kwaad en je behoeden voor elk onheil.
Aban bin Othman zei: Ik hoorde Othman bin Affan (moge Allah tevreden over hem zijn) zeggen: Ik hoorde de boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zeggen: "Wie het volgende zegt: 'In de naam van Allah, met wiens naam niets kan schaden, noch op aarde noch in de hemel en Hij is de Alhorende, de Alwetende,' drie keer, zal niet getroffen worden door een plotselinge ramp tot de ochtend aanbreekt. En wie het in de ochtend drie keer zegt, zal niet getroffen worden door een plotselinge ramp tot de avond valt." Het verhaal gaat dat Aban bin Uthman werd getroffen door verlamming en de man die dit had gehoord, keek naar hem. Hij zei tegen hem: "Waarom kijk je naar mij? Bij Allah, ik heb niet tegen Othman gelogen en Othman heeft niet tegen de profeet (vrede zij met hem) gelogen, maar op de dag dat ik werd getroffen, was ik boos en vergat ik het te zeggen."
Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidi, An-Nasa'i in al-Kubra, Ibn Maja en AhmedDe profeet (vrede zij met hem) verklaarde dat wie elke ochtend na zonsopgang en elke avond voor zonsondergang drie keer zegt: (In de naam van Allah) zoek ik hulp en bescherming tegen alles wat kwaad kan doen (met wiens naam) geen (ding) hoe groot ook (op aarde) of de rampen die eruit voortkomen (noch in de hemel) en de rampen die daaruit neerdalen (kan schaden en Hij is de Alhorende) van onze woorden (de Alwetende) van onze omstandigheden. Wie deze woorden 's avonds zegt, zal geen plotseling onheil treffen tot de ochtend aanbreekt en wie ze 's ochtends zegt, zal geen plotseling onheil treffen tot de avond valt. De verteller van de hadith, Aban ibn Othman, werd getroffen door verlamming aan één zijde van zijn lichaam. De man die de hadith van hem had gehoord, keek verbaasd naar Aban. Aban zei tegen hem: "Waarom kijk je naar mij? Bij Allah, ik heb niet gelogen over Othman en Othman heeft niet gelogen over de profeet (vrede zij met hem). Maar de dag waarop dit mij overkwam, was door hetgeen Allah voor mij had voorbestemd. Ik was boos en vergat die woorden uit te spreken."
Van Sa'd (moge Allah tevreden zijn met hem) wordt overgeleverd dat hij zei: Een bedoeïen kwam naar de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en vroeg: 'Leer me een uitspraak die ik kan zeggen.' De profeet antwoordde: ' Zeg: "Er is geen god dan Allah, Hij is Eén zonder deelgenoten. Allah is de grootste. Alle lof zij Allah in overvloed. Glorie aan Allah, de Heer van de werelden. Er is geen macht noch kracht dan bij Allah, de Almachtige, de Alwijze." De man vroeg: 'Dit is voor mijn Heer, maar wat is er voor mij?' De profeet zei: 'Zeg: "O Allah, vergeef mij, wees genadig voor mij, leid mij en voorzie mij.
Overgeleverd door MoeslimEen man uit de bewoners van de woestijn vroeg de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) om hem een gedenking te leren die hij kon zeggen. Toen zei hij (vrede zij met hem): 'Zeg: "Er is geen god dan Allah, Hij is Eén zonder deelgenoten". Dit begint met de getuigenis van de eenheid van Allah, wat betekent dat er geen ware godheid is behalve Allah, "Allah is de grootste grootheid" Dat wil zeggen: Allah is groter dan alles en het grootst, "En lof zij aan Allah in overvloed." Dat wil zeggen: Veel lof aan Allah, voor Zijn eigenschappen, daden en Zijn ontelbare zegeningen, "Verheven is Allah, Heer van de Werelden." Dat wil zeggen: Zuiverheid en heiligheid van onvolmaaktheid, "Er is geen kracht en geen vermogen behalve door Allah, de Almachtige, de Alwijze." Dat wil zeggen: Er is geen verandering van toestand naar toestand, behalve met de hulp en de voorziening van Allah, De man zei: Deze woorden zijn voor mijn Heer, ter herinnering en om Hem te verheerlijken, maar wat is mijn gebed voor mezelf? Daarop zei hij (vrede met hem zijn): Zeg: "O Allah, vergeef mij." Door het uitwissen van zonden en ze te bedekken. "En wees genadig voor mij" Door middel van het bereiken van goddelijke en wereldse voordelen en belangen voor mij, "En leid mij" Voor de beste toestand en naar het rechte pad. "En voorzie mij" Legitiem inkomen, gezondheid, alle voorspoed en welzijn.
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft gezegd: De profeet (vrede zij met hem) zei: Wie zweerde en in zijn zwering het volgende zegt: "Bij al-Lat en al-Oezzah," die moet zeggen: "Er is geen god dan Allah." En wie tot zijn metgezel zei: "Kom, laten we dobbelen," die moet aalmoes geven.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe profeet (vzmh) waarschuwt tegen zweren bij iets anders dan Allah. Wie bij iets anders dan Allah zweert, zoals bijvoorbeeld al-Lat en al-Oezzah (twee afgoden die in de pre-islamitische tijd werden aanbeden), dient te zeggen: "La ilaha illallah" (Er is geen god dan Allah), om zich te distantiëren van polytheïsme en als boetedoening voor zijn zonde. Vervolgens leerde de profeet (vrede zij met hem) ons dat wie tot zijn metgezel zegt: "Kom, laten we dobbelen" (hetgeen inhoudt dat twee of meer personen om geld wedden, waarbij de winnaar alles wint en de verliezer alles verliest, en waarbij niemand van hen gegarandeerd wint of verliest), het aanbevolen is om aalmoezen te geven ter boetedoening voor deze uitnodiging.
Aboe Sa'id al-Khoedri en Aboe Hoerayrah, moge Allah tevreden met hen zijn, overleveren dat de profeet (vrede zij met hem) zei: "Een oproeper zal roepen: 'Voorwaar, jullie zullen gezond zijn en nooit ziek worden. Jullie zullen leven en nooit sterven. Jullie zullen jeugdig zijn en nooit verouderen. Jullie zullen genieten en nooit teleurgesteld raken.' Dit is wat Allah, de Verhevene, in het volgende vers heeft gezegd: {En er wordt geroepen: Dit is het paradijs dat jullie hebben geërfd door hetgeen jullie deden.} [Al-A'raaf: 43].
Overgeleverd door MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) heeft vermeld dat een oproeper de bewoners van het paradijs zal aanroepen terwijl zij zich in hun gelukzaligheid bevinden: "Voorwaar, jullie zullen gezond zijn en nooit ziek worden in het paradijs, ongeacht hoe gering de ziekte ook moge zijn. Jullie zullen leven en nooit sterven, zelfs niet als de dood zou optreden als een korte slaap. Jullie zullen jeugdig blijven en nooit oud worden. Jullie zullen genieten en nooit verdrietig of wanhopig zijn." Dit komt overeen met de uitspraak van Allah, de Verhevene: {En er wordt geroepen: Dit is het paradijs dat jullie hebben geërfd door hetgeen jullie deden.} [Al-A'raaf: 43].
Overgeleverd door Sohaib (moge Allah tevreden met hem zijn) van de profeet (vrede zij met hem): "Wanneer de bewoners van het paradijs het paradijs binnengaan, zegt Allah, de Verhevene en de Glorieuze: “Willen jullie nog iets extra’s van Mij?” Zij zullen antwoorden: “Zijn onze gezichten niet wit (stralend) gemaakt? Zijn we niet het paradijs binnengetreden en zijn we niet gered van het Vuur?” Dan zal Allah het gordijn oplichten en wat zij dan ontvangen is niets dat hen dierbaarder zal zijn dan de aanschouwing van hun Heer, de Verhevene en de Glorieuze.
Overgeleverd door MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) informeert ons dat wanneer de bewoners van het paradijs het paradijs binnengaan, Allah, de Verhevene en Verheerde, tot hen zal zeggen: Willen jullie nog iets extra? Dan zullen de bewoners van het paradijs gezamenlijk antwoorden: ‘Zijn onze gezichten niet wit (stralend) gemaakt? Zijn we niet het paradijs binnengetreden en zijn we niet gered van het Vuur? Allah zal dan het gordijn oplichten—en Zijn gordijn is van licht—en niets zal hen geliefder zijn dan het aanschouwen van hun Heer, de Verhevene en Verheerde.
Van Jabir, moge Allah tevreden met hem zijn, wordt overgeleverd dat hij de Profeet (vrede zij met hem) heeft horen zeggen: "Satan heeft de hoop opgegeven dat de biddende gelovigen op het Arabisch Schiereiland hem zullen aanbidden, maar hij blijft onvermoeid proberen om onder hen verdeeldheid en onenigheid te zaaien."
Overgeleverd door MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) informeerde dat satan de hoop heeft verloren dat de gelovigen die bidden in het Arabisch Schiereiland hem nog zullen aanbidden of beelden zullen vereren. Toch blijft hij actief in zijn pogingen om verdeeldheid, vijandigheid, oorlogen en conflicten onder hen te veroorzaken.
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: Twee groepen mensen van de hel heb ik nog niet eerder gezien: Een groep die zwepen hebben als de staarten van runderen, waarmee ze anderen slaan, en vrouwen die schaars gekleed gaan en schommelend lopen, terwijl hun hoofden lijken op kantelende kamelenbulten. Zij zullen het paradijs niet binnengaan, noch de geur ervan ruiken, hoewel die geur op zo'n en zo'n afstand te ruiken zal zijn.
Overgeleverd door MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) waarschuwt tegen twee soorten mensen van de hel die hij niet heeft gezien, noch aanwezig waren in zijn tijd, maar na hem zullen verschijnen: De eerste categorie: Mensen met zwepen, lang als de staarten van koeien, waarmee ze anderen slaan; zij zijn de leiders en handlangers van onderdrukkers die anderen onrechtvaardig slaan. De tweede categorie: Vrouwen die hun kuisheid en natuurlijke schaamte, die vrouwen van nature is gegeven, hebben verwaarloosd. En hun beschrijving: Gekleed in werkelijkheid maar naakt in betekenis, omdat ze kleding dragen die de huid beschrijft, en ze bedekken en onthullen delen van hun lichaam als een vorm van schoonheidsexpressie. Ze trekken het hart van mannen aan door hun kleding en hun manier van lopen, hun schouders afbuigend. Ze verleiden anderen tot afwijken en dwalen, met de gevolgen daarvan. Onder hun kenmerken: Hun hoofden zijn als kamelenbulten, want zij vergroten hun hoofd en maken het groter door hoofdtooien en dergelijke. De vergelijking met de kamelenbulten is gebaseerd op het feit dat hun haar en hun haardoekjes bovenop hun hoofd hoog oprijzen en ze die met vlechten zo rangschikken dat ze naar één kant van het hoofd overhellen, zoals de bult van een kameel dat doet. Degenen met deze eigenschappen dragen deze ernstige waarschuwing in zich: Zij zullen niet het paradijs betreden, noch de geur ervan ruiken, en ze zullen er niet dichtbij komen, terwijl de geur van het paradijs te ruiken zal zijn vanaf een grote afstand.