





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Overgeleverd door Abdoellah ibn Mas'ud (moge Allah tevreden zijn met hem ) dat de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Een gelovige is niet iemand die anderen uitscheldt, veelvuldig vervloekt, onfatsoenlijk is of obscene taal gebruikt".
Overgeleverd door At-TirmidhiDe profeet (vrede zij met hem) informeerde dat het niet past bij een volmaakte gelovige om anderen te bekritiseren op hun afkomst, veelvuldig te schelden en te vervloeken, onfatsoenlijk te handelen of obscene taal te gebruiken.
Aboe Hoerayra, moge Allah tevreden zijn met hem, zei; dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: "Wie ‘Lā ilāha illa Allah, wahdahu lā sharīka lah, lahul-mulku wa lahul-ḥamdu wa huwa ʿalā kulli shayʾin qadīr’ (Er is geen god dan Allah, de Ene, zonder deelgenoot; aan Hem behoort de heerschappij, aan Hem komt alle lof toe, en Hij is Almachtig over alle dingen) honderdmaal daags uitspreekt, voor hem is een verheven beloning weggelegd : Hij zal de beloning ontvangen alsof hij tien slaven heeft vrijgekocht; voor hem zullen honderd goede daden worden opgetekend en honderd zonden van zijn bladzijden worden uitgewist. Bovendien zal het die dag een bescherming voor hem vormen tegen Satan, tot aan de avond valt. Niemand zal die dag met iets beters voor de dag treden dan hij, behalve degene die méér dan dat heeft verricht."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) heeft meegedeeld dat degene die zegt: (La ilaha illa Allah) Er is niets dat terecht als godheid aanbeden wordt behalve Allah alleen; (Wahdahu la sharika lah) Hij is de Enige, zonder deelgenoot in Zijn Goddelijkheid, Heerschappij, Namen en Eigenschappen; (Lahul-mulku) aan Hem behoort de absolute heerschappij over al wat bestaat; (Wa lahul-hamdu) aan Hem komt alle lof toe over alles wat Hij geschapen en beschikt heeft; (Wa huwa 'ala kulli shay'in qadir) en Hij beschikt over de volmaakte macht over alle dingen, zonder dat iets Hem tegenhoudt. Wie deze verheven lofprijzing honderdmaal daags uitspreekt, zal een beloning ontvangen alsof hij tien slaven heeft vrijgekocht; voor hem worden honderd goede daden opgetekend, honderd zonden uitgewist en hij zal die gehele dag beschermd zijn tegen de listen en het kwaad van Satan. Niemand zal die dag boven hem uitstijgen, behalve degene die méér heeft verricht dan hij.
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Het hart van een oudere blijft jong in twee opzichten: in liefde voor het wereldse leven en de hoop op een lang leven."
Overgeleverd door Al-BoekhariDe Profeet (vrede zij met hem) vertelde dat hoewel het lichaam van een oudere zwakker wordt, zijn hart jong blijft in twee verlangens: 1. Liefde voor het wereldse, met een voorkeur voor rijkdom. 2. Verlangen naar een lang leven, met hoop en verwachtingen voor de toekomst.
Van Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Herinner vaak de vernietiger van genietingen," daarmee verwijzend naar de dood.
رواه الترمذي والنسائي وابن ماجهDe Profeet (vrede zij met hem) spoort ons aan om de dood vaak in gedachten te brengen. Door de dood te herinneren, herinnert de mens zich het hiernamaals en verzwakt in zijn hart de liefde voor wereldse genoegens, vooral die welke verboden zijn.
Overgeleverd door ʿAbdoellah ibn ʿOmar (moge Allah tevreden zijn met hen beide) hij zei: ‘We kwamen met de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) langs de ruïnes van Al-Hidjr en de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei tegen ons: ‘Betreed de woningen van degenen die zichzelf onrecht aandeden niet, tenzij jullie huilend binnengaan, uit vrees dat hetzelfde lot jullie treft als hen trof.’ Daarna spoorde hij zijn rijdier aan en ging snel verder om voorbij de plek te komen."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimToen de Profeet (vrede zij met hem) door de streek van Thamoed kwam, verbood hij het binnengaan van de ruïnes van de vernietigde mensen die zichzelf onrecht hadden aangedaan, tenzij men dit huilend deed, in herinnering aan hun lot en uit angst voor eenzelfde bestraffing. Hij spoorde zijn rijdier aan om snel weg te gaan.
Overgeleverd van Hoedayfa (moge Allah tevreden zijn met hem), die zei: 'Wij waren eens bij Omar (moge Allah tevreden zijn met hem) en hij zei: “Wie van jullie heeft de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) horen spreken over beproevingen?” Sommige aanwezigen antwoordden: “Wij hebben het hem horen zeggen.” Hij zei: “Misschien bedoelen jullie de beproeving die een man ondervindt met zijn familie en buren?” Ze zeiden: “Ja.” Hij zei: “Deze worden uitgewist door het gebed, het vasten en het geven van aalmoezen. Maar wie van jullie heeft de Profeet (vrede zij met hem) horen spreken over beproevingen die komen opzetten als golven in de zee?” Hoedayfa zei: “De mensen bleven stil, dus zei ik: 'Ik wel.' Hij zei: 'Moge Allah je zegenen.' Hoedayfa vervolgde: 'Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zeggen: "Beproevingen zullen aan de harten één voor één aangeboden wordenا, net zoals een mat rietje voor rietje wordt geweven. Elk hart dat deze beproevingen accepteert, krijgt een zwarte vlek, terwijl elk hart dat ze afwijst, een witte vlek krijgt. Dit gaat door totdat er twee soorten harten ontstaan: één wit, zo helder als een gladde steen, dat geen enkele beproeving kan deren zolang de hemelen en de aarde bestaan; en een ander hart, zwart en dofgrijs, als een omgekeerd vat, dat geen goedheid meer herkent noch kwaad afwijst, behalve wat zijn eigen verlangens dienen.” Hoedayfa vervolgde: “Ik vertelde hem ook dat er tussen jou en deze beproevingen een gesloten deur zit die weldra zal worden verbrijzeld.” Omar vroeg: “Vernietigd, opdat het niet meer kan worden hersteld?” Ik antwoordde: “Ja, het zal verbrijzeld worden.” En ik vertelde hem dat die deur een man is die zal worden gedood of sterven, een verhaal dat geen twijfel kent." Aboe Khalid vroeg aan Sa’d: "Aboe Malik, wat betekent 'zwart en dofgrijs'?" Sa’d antwoordde: "Het is intens zwartheid vermengd met witheid." Hij vroeg: "En wat betekent ‘een omgekeerd vat’?" Sa’d zei: "Het betekent dat het is omgedraaid en leeggelopen."
Overgeleverd door MoeslimDe leider der gelovigen, Omar ibn al-Khattab (moge Allah tevreden zijn met hem ), zat in zijn raadsvergadering met een groep metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) en vroeg hen: “Wie van jullie heeft de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) horen spreken over beproevingen?” Een aantal van hen antwoordde: “Wij hebben hem beproevingen horen noemen.” Omar zei: “Misschien bedoelen jullie de beproevingen die een man ondervindt in zijn persoonlijke kring – met zijn vrouw en kinderen door de intensiteit van zijn liefde voor hen, zijn beschermende aard en zijn betrokkenheid bij hen, waardoor hij soms wordt afgeleid van vele goede daden of vanwege een tekortschieten in hun rechten, opvoeding en onderricht. Ook de beproevingen van een man met zijn buren en dergelijke zaken – bedoelen jullie dat?” Zij antwoordden: “Ja.” Omar zei: “Dit zijn beproevingen die verantwoording vereisen en sommige zonden kunnen ervan worden vergeven door goede daden zoals gebed, vasten en liefdadigheid. Maar wie van jullie heeft de Profeet (vrede zij met hem) horen spreken over de grotere beproevingen die zo enorm zijn en wijdverspreid onder de mensen, die hen beroeren als de golven van de zee?” De aanwezigen zwegen, tot Hoedayfa ibn al-Yaman (moge Allah tevreden zijn met hen) zei: “Ik heb het hem horen zeggen.” Omar verheugde zich en zei tegen hem: “Moge Allah je vader zegenen voor het voortbrengen van iemand als jij; vertel het.” Hoedayfa antwoordde: De Profeet (vrede zij met hem) zei: Beproevingen zullen aan de harten één voor één worden aangeboden worden zoals een mat rietje voor rietje wordt geweven en hun kracht laat sporen na op het hart. Als deze beproevingen aan een hart worden aangeboden en het hart ze omarmt en toelaat, ontstaat er een zwarte vlek in het hart. Maar als het hart ze afwijst, dan ontstaat er een witte vlek. Op deze manier worden harten uiteindelijk verdeeld in twee soorten: een hart dat wit is, stevig geworteld in het geloof, dat onaangetast blijft door beproevingen, als een gladde steen die niets vasthoudt. Dit hart wordt door geen enkele beproeving geschaad zolang de hemelen en aarde bestaan. Het andere hart is zwart geworden door de beproevingen, zoals een gekantelde kruik die geen water kan vasthouden – zo’n hart kan geen goedheid meer bevatten en herkent geen rechtvaardigheid noch wijst onrecht af, behalve wat het eigen verlangens dienen. Hoedayfa zei tegen Omar: “Deze beproevingen zullen niet doorbreken in jouw leven, want er is een deur die hen tegenhoudt en die weldra zal worden verbrijzeld.” Omar vroeg: “Vernietigd zodat het niet meer kan worden hersteld? Want als de deur zou worden geopend, zou die misschien weer gesloten kunnen worden?” Hoedayfa antwoordde: “Nee, het zal verbrijzeld worden. En die deur is een man die zal worden gedood of sterven.” En hij voegde eraan toe: “Dit is geen gissing, geen veronderstelling, noch afkomstig uit de boeken van de mensen van de schrift, maar een authentieke overlevering van de Profeet (vrede zij met hem).”
Aisha, de Moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar) zei: "Er kwam een behoeftige vrouw tot mij, die twee dochters bij zich droeg. Ik gaf haar drie dadels te eten. Zij schonk iedere dochter elk een dadel en hield zelf een dadel voor zich om op te eten. Haar dochters proefden de dadel en zij verdeelden de dadel die zij voor zichzelf had gehouden tussen hen beiden. Haar wijze daad ontroerde mij diep, waarna ik het verhaal vertelde over wat zij voor de Boodschapper van Allah (vrede zij met haar) had gedaan. Hij sprak toen:«Voorwaar, Allah heeft haar daarmee het Paradijs verplicht gemaakt, of daarmee van het Vuur bevrijd."
Overgeleverd door MoeslimDe Moeder der Gelovigen, Aïsha, moge Allah tevreden met haar zijn, vertelde dat een behoeftige vrouw, die twee dochters bij zich droeg, haar om hulp vroeg. Zij gaf haar drie dadels. De vrouw schonk elke dochter een dadel en hief een dadel op naar haar mond om die zelf te eten. Haar dochters verlangden naar de dadel die zij wilde eten, waarop zij die in tweeën splitste en deelde tussen hen. Deze daad van de vrouw boeide Aïsha zeer, waarna zij vertelde aan de Profeet (vrede zij met hem) wat de vrouw had gedaan. Hij sprak toen: Voorwaar, Allah heeft haar met deze dadel het Paradijs verplicht gesteld, of haar daarmee van het Vuur vrijgekocht.
Van Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Wanneer iemand van jullie een gezelschap binnentreedt, laat hij dan een groet brengen. En wanneer hij vertrekt, laat hij opnieuw groeten, want de groet bij vertrek is even belangrijk als die bij aankomst."
Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidi, An-Nasa'i in al-Kubra en AhmedDe Profeet (vrede zij met hem) adviseerde degene die zich bij een gezelschap voegt om hen te begroeten met de Islamitische groet. Wanneer hij vervolgens wil vertrekken, moet hij ook het gezelschap groeten. De groet bij aankomst is niet meer verplicht dan de groet bij vertrek.
Van Moes'ab ibn Sa'd zei: Sa'd, (moge Allah tevreden zijn met hem) dacht dat hij een voorkeur had boven degenen die lager stonden dan hij. Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): 'Worden jullie niet geholpen en voorzien, behalve door jullie zwakkeren?'" ''Worden jullie niet geholpen en voorzien, behalve door jullie zwakkeren?''
Overgeleverd door Al-BoekhariSa'd ibn Abi Waqqas (moge Allah tevreden zijn met hem) dacht dat hij een voordeel had ten opzichte van de zwakkeren onder de mensen, vanwege zijn moed en soortgelijke kwaliteiten! Waarop de Profeet (vrede zij met hem) antwoordde dat de hulp en het onderhoud van Allah vaak voortkomen uit de gebeden, de aanbidding en de oprechtheid van de zwakkeren. Zij zijn vaak oprechter in hun gebeden en meer nederig in hun aanbidding, omdat hun harten niet gehecht zijn aan de tijdelijke zaken van deze wereld.