





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Aisha, moge Allah tevreden zijn met haar, zei: "De profeet (vrede met hem zijn) zei: "Op een keer liep Ḥawlaaʾ bint Tuwait ibn Ḥabieb ibn Asad ibn ʿAbd al-ʿUzza voorbij, terwijl de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) bij mij zat. Ik zei tegen hem: ''Dat is Ḥawlaa bint Tuwait. Er wordt gezegd dat zij de nachten doorwaakt en nauwelijks slaapt.'' Daarop zei de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem): ''Zij waakt de nachten door? Neemt van de daden slechts wat jullie kunnen volhouden. Want, bij Allah, Allah wordt niet moe totdat jullie het moe worden.'' ''
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimḤawlaaʾ bint Tuwait — moge Allah tevreden met haar zijn — bevond zich eens bij de Moeder der Gelovigen, ʿAïcha — moge Allah tevreden met haar zijn —. Op dat moment kwam de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) bij haar binnen en Ḥawlaa vertrok. Daarop zei Aïcha tegen hem: “Deze vrouw brengt haar nachten slapeloos door, zij wekt de nacht tot leven met gebed.” De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) keurde deze buitensporige inspanning af en zei: "Slaap ze ‘s nachts niet! Wees druk bezig met goede daden die je kunt volhouden. Bij Allah, Allah wordt nooit moe om Zijn rechtschapen en gehoorzame dienaren te belonen en te vergelden voor hun gehoorzaamheid, hun goede daden en hun rechtschapen werken, totdat zij zelf moe worden en stoppen met het werk."
Aboe Hoerayrah (moge Allah tevreden zijn met hem) rapporteerde dat de profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Nooit zal een volk slagen dat zijn leiding toevertrouwt aan een vrouw".
Overgeleverd door Al-BoekhariDe Profeet (vrede zij met hem) heeft hiermee duidelijk gemaakt dat een volk nooit het beoogde succes zal behalen indien het zijn aangelegenheden of het nu gaat om rechterlijke macht, algemeen bestuur of ministeriële verantwoordelijkheid toevertrouwt aan een vrouw.
Van Aboe Sa'īd Al-Khoedri (moge Allah tevreden zijn met hem ) rapporteerde: De boodschapper van Allah (vrede zei met hem) zei: "Laat niemand van jullie ervan weerhouden om de waarheid te spreken uit angst voor mensen, wanneer hij deze ziet of weet."
Overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maja en AhmedDe Profeet (vrede zij met hem) richtte zich in een preek tot zijn metgezellen en droeg hen op dat een moslim niet uit angst of ontzag voor mensen en hun macht mag nalaten de waarheid te zeggen of daartoe op te roepen wanneer hij deze ziet of kent.
Othmān al-Shahhām zei: "Ik en Farqad al-Sabkhī gingen naar Moeslim ibn Abī Bakrah terwijl hij op zijn land was. We gingen bij hem binnen en vroegen: 'Heb je ooit je vader iets over de beproevingen horen vertellen?' Hij zei: 'Ja, ik heb Aboe Bakrah, moge Allah tevreden zijn met hem , horen zeggen dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Er zullen beproevingen komen. Weet dat er een beproeving zal zijn waarin degene die zit beter is dan degene die erin loopt en degene die erin loopt is beter dan degene die erheen rent. Wanneer de beproeving neerdaalt of plaatsvindt, laat degene die kamelen heeft naar zijn kamelen gaan en degene die schapen heeft naar zijn schapen en degene die land heeft naar zijn land gaan.' Een man vroeg: 'O Boodschapper van Allah, wat denk je van iemand die geen kamelen, geen schapen en geen land heeft?' Hij antwoordde: 'Laat hem naar zijn zwaard grijpen en het met een steen op de rand slaan (om het onbruikbaar te maken), en laat hem dan proberen te ontsnappen als hij kan. O Allah, heb ik de boodschap overgebracht? O Allah, heb ik de boodschap overgebracht? O Allah, heb ik de boodschap overgebracht?' Toen vroeg een andere man: "O Boodschapper van Allah, wat als ik gedwongen word deel te nemen aan een strijd tussen twee groepen en een man slaat mij met zijn zwaard of er wordt een pijl op mij afgevuurd die mij doodt?" De Profeet zei: 'Hij zal dan met jouw zonde en zijn eigen zonde beladen zijn en hij zal behoren tot de bewoners van het Vuur".
Overgeleverd door MoeslimOthmān al-Shahhām en Farqad al-Sabkhī vroegen Moslim, de zoon van de edele metgezel Aboe Bakrah, moge Allah tevreden zijn met hem : "Heb je je vader ooit iets horen vertellen over de profetische overleveringen met betrekking tot de beproevingen en het conflict tussen de moslims?" Hij antwoordde: "Ja, de Profeet (vrede zij met hem) waarschuwde dat er na zijn dood beproevingen zouden zijn. In die beproevingen is degene die stilzit en er niets mee te maken heeft beter dan degene die ernaartoe loopt zonder zich ermee te bemoeien. En degene die ernaar toe loopt, maar er niet actief naar zoekt, is beter dan degene die er haastig naar op zoek gaat om eraan deel te nemen." De Profeet (vrede zij met hem) gaf vervolgens advies aan degene die een beproeving meemaakt of wanneer de beproeving zich voordoet in zijn tijd: Als hij een toevlucht kan vinden, laat hem dan naar die plek gaan. Wie kamelen heeft, laat hem naar zijn kamelen gaan, wie schapen heeft, laat hem naar zijn schapen gaan en wie een land heeft, laat hem naar zijn land gaan. Een man vroeg: "O Boodschapper van Allah, wat als iemand geen toevlucht heeft in de vorm van kamelen, schapen of land?" Hij antwoordde: "Laat hem zijn wapen grijpen, het beschadigen en onbruikbaar maken en dan proberen te vluchten en zijn eigen leven en dat van zijn familie redden, als hij in staat is te ontsnappen". De Profeet (vrede zij met hem) herhaalde driemaal: "O Allah, heb ik de boodschap overgebracht? O Allah, heb ik de boodschap overgebracht? O Allah, heb ik de boodschap overgebracht?" Een andere man vroeg: "O Boodschapper van Allah, wat als ik gedwongen word deel te nemen aan een strijd tussen twee groepen, en een man slaat mij met zijn zwaard of er wordt een pijl op mij afgevuurd die mij doodt?" De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: "Degene die je doodt, keert terug met zowel zijn eigen zonde als jouw zonde en op de Dag des Oordeels zal hij tot de bewoners van het Vuur behoren."
Anas Ibn Maalik (moge Allah over hem tevreden zijn) heeft gezegd: De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) was de meest voortreffelijke persoon in karakter.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) was de meest volmaakte persoon in karakter, en hij overtrof anderen in alle nobele eigenschappen en deugden, zoals het spreken van vriendelijke woorden, het verrichten van goede daden, het hebben van een stralend gezicht, het vermijden van schade en het verdragen ervan van anderen.
Sa'd ibn Hisham ibn 'Amir zei - toen hij bij Aisha binnenging, moge Allah tevreden met haar zijn -: O moeder der gelovigen, vertel mij over het karakter van de Boodschapper van Allah, moge Allah's zegeningen en vrede op hem zijn." Ze antwoordde: "Lees je de Koran niet?" Ik zei: "Ja." Ze zei: "Voorwaar, het karakter van de Profeet van Allah, moge Allah's zegeningen en vrede op hem zijn, was de Koran."
Overgeleverd door Moeslim in een uitgebreide overleveringZe vroegen moeder der gelovigen Aisha, moge Allah tevreden met haar zijn, naar het karakter van de Profeet, vrede zij met hem, en ze gaf een samenvattend aantwoord en verwees de vragensteller naar de nobele Koran, die alle perfecte eigenschappen omvat. Ze zei dat de Profeet, vrede zij met hem, zich gedroeg volgens de eigenschappen van de Koran. Wat de Koran hem beval, voerde hij uit, en wat de Koran hem verbood, vermeed hij. Zijn karakter was gebaseerd op het naleven ervan, het handhaven van zijn grenzen, het respecteren van zijn etiquette en het leren van lessen uit zijn voorbeelden en verhalen.
Van Aisha, de Moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar) zei: De profeet (vrede zij met hem) hield van het gebruik van de rechterkant bij het aantrekken van zijn sandalen, bij het betreden en verlaten van plaatsen, bij zijn rituele reinheid en in al zijn zaken."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe profeet (vrede zij met hem) hield ervan en gaf er de voorkeur aan om met de rechterkant te beginnen bij zaken die eerbied verdienen. Waaronder: Beginnen met zijn rechtervoet bij het aantrekken van zijn sandalen, beginnen met de rechterkant bij het kammen van het haar van zijn hoofd en baard, en het in olie smeren ervan, en bij zijn rituele wassing gaf hij de voorkeur aan het wassen van de rechterhand en de rechtervoet vóór de linker.
Aisha, de moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn met haar, heeft gezegd: Ik heb de Profeet (vrede zij met hem) nooit volledig zien lachen zodat ik zijn huig kon zien. Hij glimlachte slechts.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimAïsha (moge Allah tevreden met haar zijn) vertelde dat de Profeet (vrede zij met hem) nooit overdreven lachte zodat zijn huig zichtbaar werd, het vleesstukje aan de bovenkant van de keel. Hij glimlachte slechts.
Overgeleverd door Aboe Sa'id al-Khoedri (moge Allah tevreden zijn met hem), die zei: De profeet (vrede zij met hem) had meer schaamte dan een maagd in haar kamer. Wanneer hij iets zag wat hij afkeurde, was dit duidelijk te merken aan zijn gezicht.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimAboe Sa'id al-Khoedri (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelt ons dat de profeet (vrede zij met hem) een hoge mate van schaamte had, vergelijkbaar met die van een ongetrouwde maagd die zich volledig afzondert van mannen in haar kamer. Zijn schaamte was zo intens dat wanneer hij iets afkeurde, zijn gezichtsuitdrukking dit direct duidelijk maakte aan zijn metgezellen, zonder dat hij iets zei.