





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Het is niet toegestaan voor een moslimvrouw om een reisafstand van één nacht af te leggen, tenzij zij vergezeld wordt door een mahram (een man met wie zij een beschermde relatie heeft."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) verduidelijkte dat het voor een moslimvrouw verboden is om een reisafstand van één nacht af te leggen, tenzij zij vergezeld is door een man die tot haar mahrams behoort.
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Wie vergeet dat hij aan het vasten is en daardoor eet of drinkt, laat hem zijn vasten voortzetten, want het is Allah die hem te eten en te drinken heeft gegeven".
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim"Wie vergeet dat hij aan het vasten is en daardoor eet of drinkt, laat hem zijn vasten voortzetten, want het is Allah die hem te eten en te drinken heeft gegeven".
Overgeleverd door Aboe Ubayd, de vrijgelatene van Ibn Azhar, die zei: "Ik woonde het gebed van Eid bij met Omar ibn al-Khattab, moge Allah tevreden met hem zijn, en hij zei: ‘Dit zijn twee dagen waarop de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) het vasten heeft verboden: de dag van dat jullie het vasten breken na jullie vastenmaand en de andere dag waarop jullie eten van jullie offers."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) verbood het vasten op de dag van Eid al-Fitr en Eid al-Adha. Eid al-Fitr is de dag van het verbreken van het vasten na de maand Ramadan en Eid al-Adha is de dag waarop men eet van de offers.
Abdoellah bin Omar (moge Allah tevreden zijn over hen beiden) zei: "De talbiyah (oproep) van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) luidde als volgt: 'Hier ben ik, o Allah, hier ben ik. Hier ben ik, U heeft geen deelgenoot, hier ben ik. Voorzeker, de lof, de gunsten en het koninkrijk behoren U toe. U heeft geen deelgenoot." Hij zei: "Abdoellah ibn Omar, moge Allah tevreden met hen beiden zijn, voegde eraan toe: 'Hier ben ik, hier ben ik en U schenkt voorspoed. Het goede is in Uw handen. Hier ben ik, verlangend naar U en mijn daden zijn gericht op U.'"
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimWanneer de Profeet (vrede zij met hem) de intentie had om aan de rituelen van de hadj of de oemrah te beginnen, reciteerde hij de talbiyah als volgt: "Hier ben ik, O Allah, hier ben ik" is een antwoord dat hoort bij het antwoord op wat je ons hebt uitgenodigd, zoals oprechtheid, eenheid van God (tawhid), en de bedevaart (hajj) enzovoort. "Hier ben ik, geen partner voor U, hier ben ik" betekent dat U alleen het recht heeft om aanbeden te worden, er is geen partner voor U in Uw soevereiniteit, goddelijkheid, en in Uw namen en eigenschappen. "Waarlijk, lof en dank en alle zegeningen komen van U, en U geeft deze, en het koninkrijk is ook van U, er is geen partner voor U, alles behoort alleen tot U." Ibn Omar moge Allah tevreden met hen beiden zijn, voegde eraan toe: "Ik geef gehoor aan Uw oproep, ik geef gehoor en sta tot Uw beschikking, verblijd mij keer op keer. Al het goede is in Uw handen en uit Uw genade. Ik geef gehoor, mijn verlangen en verzoeken zijn gericht tot U, tot Degene in Wiens handen het goede ligt. Mijn daden zijn voor U, want U bent Degene die het verdient aanbeden te worden."
Volgens Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn) heeft de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) gezegd: "Zoek de Nacht van het Lot (Laylat al-Qadr) in de oneven nachten van de laatste tien dagen van Ramadan."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) spoorde aan tot ijver in het zoeken en nastreven van de Nacht van het Lot (Laylat al-Qadr) door het verrichten van veel goede daden. Deze nacht wordt het meest waarschijnlijk geacht te vallen in de oneven nachten van de laatste tien dagen van Ramadan, namelijk de eenentwintigste, drieëntwintigste, vijfentwintigste, zevenentwintigste en negenentwintigste nacht van elk jaar.
Ibn Omar (moge Allah tevreden zijn met hen beiden) zei: "Er werd gezegd dat enkele mannen van de metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem) de Nacht van het Lot in hun dromen zagen in de laatste zeven nachten. De Profeet (vrede zij met hem) zei: "Ik zie dat jullie dromen op één lijn liggen in de laatste zeven nachten. Wie haar wil vinden, laat hem dan deze laatste zeven nachten in de gaten houden."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimEnkele mannen van de metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem) zagen in hun droom dat de Nacht van het Lot (Laylat al-Qadr) zou plaatsvinden in de laatste zeven nachten van de maand Ramadan. De Profeet (vrede zij met hem) zei: "Ik merk dat jullie dromen overeenkomen met de laatste zeven nachten van Ramadan. Dus, wie vastbesloten is en ijverig zoekt naar de Nacht van het Lot (Laylat al-Qadr), laat hem dan extra inspanningen doen en deze zoeken door veel goede daden te verrichten, want zij is het meest waarschijnlijk te vinden in de laatste zeven nachten. Indien de maand Ramadan dertig dagen telt, begint dit vanaf de nacht van de vierentwintigste en als de maand negenentwintig dagen telt, begint dit vanaf de nacht van de drieëntwintigste."
Aboe Dharr (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Een aantal mensen onder de metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem) zeiden tegen hem: 'O Boodschapper van Allah, de mensen met rijkdommen hebben alle beloningen vergaard. Zij verrichten gebeden zoals wij bidden, vasten zoals wij vasten, maar geven extra aan liefdadigheid door hun overvloed aan middelen.’ Hierop antwoordde hij: 'Heeft Allah jullie niet iets gegeven om zelf liefdadigheid te verrichten? Elke tasbih (glorificatie van Allah) is een liefdadigheid, elke takbir (verheffing van Allah) is een liefdadigheid, elke tahmid (dankzegging aan Allah) is een liefdadigheid, elke tahlil (verkondiging van Allah Zijn eenheid) is een liefdadigheid. Het aansporen tot het goede is een liefdadigheid, het ontmoedigen van het kwade is een liefdadigheid en zelfs in het intieme van eenieder van jullie is er liefdadigheid.' Zij vroegen: 'O Boodschapper van Allah, als iemand van ons zijn begeerte bevredigt, krijgt hij daar dan werkelijk beloning voor?' Hij antwoordde: 'Denk eens na: als hij het op een verboden manier zou doen, zou dat hem dan geen zonde opleveren? Op dezelfde manier krijgt hij, als hij het op een toegestane manier doet, er beloning voor.'"
Overgeleverd door MoeslimEnkele arme metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem) klaagden over hun situatie en hun armoede bij de Profeet en het feit dat zij geen geld hadden om liefdadigheid te geven, zodat zij, net als hun broeders met veel geld, veel beloningen konden ontvangen en ook goed konden doen. Ze zeiden: "Zij bidden zoals wij bidden, vasten zoals wij vasten en geven liefdadigheid met hun overvloed, terwijl wij niets geven!" De Profeet (vrede zij met hem) leidde hen naar wat zij konden doen aan liefdadigheid. Hij zei: "Heeft Allah jullie niet iets gegeven om zelf liefdadigheid te verrichten?! Jullie uitspraak 'Soebhanallah (Glorie zij Allah)' is een liefdadigheid voor jullie en hetzelfde geldt voor 'Allahoe Akbar (Allah is de Grootste)', 'Alhamdoelillah (Alle lof is voor Allah)', en 'La ilaha illallah (Er is geen god dan Allah).' Het aansporen tot het goede is een liefdadigheid en het ontmoedigen van het kwade is een liefdadigheid. Zelfs in de intimiteit met je vrouw is er liefdadigheid." Zij waren verbaasd en zeiden: ''O Boodschapper van Allah, kan iemand van ons zijn verlangen bevredigen en daar dan beloning voor ontvangen?!" Hij antwoordde: 'Denk eens na: als hij het op een verboden manier zou doen, bijvoorbeeld door overspel, zou dat hem dan geen zonde opleveren? Op dezelfde manier krijgt hij er beloning voor als hij het op een toegestane manier doet.'
Aisha, de moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn met haar, heeft gezegd: "Wanneer de laatste tien dagen van de Ramadan aanbraken, bleef de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) 's nachts wakker, wekte hij zijn gezin en bereidde hij zich intensief voor."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim"Wanneer de laatste tien dagen van de Ramadan aanbraken, bleef de Profeet (vrede zij met hem) de hele nacht wakker in aanbidding, spoorde hij zijn gezin aan tot het gebed, en verdiepte hij zich nog intenser in devotie, waarbij hij zich volledig aan deze handelingen wijdde en zich terugtrok van zijn vrouwen."
Aisha, de moeder der gelovigen, moge Allah tevreden zijn met haar, heeft gezegd: "De Profeet (vrede zij met hem) heeft geen enkel gebed verricht nadat het volgende tot hem was geopenbaard: “Wanneer de hulp van Allah komt en de overwinning…” [Al-Nasr: 1], zonder daarin te zeggen: “Heilig bent U, onze Heer, en met Uw lof; o Allah, vergeef mij.” En over haar (de Moeder der Gelovigen) is overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vaak zei tijdens zijn buigingen en neervallen: “Heilig bent U, o Allah, onze Heer, en met Uw lof; o Allah, vergeef mij” waarbij hij de Koran in zijn gebed toepaste.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe moeder der gelovigen, Aisha (moge Allah tevreden zijn met haar), bericht dat de Profeet (vrede zij met hem) toen het volgende werd geopenbaard: (Wanneer de hulp van Allah komt en de overwinning…) (Al-Nasr: 1), de Koran interpreteerde en onmiddellijk handelde naar het bevel van Allah, waarin staat: "Verheug Uw Heer met lof en vraag Hem om vergiffenis". Daarom zei hij vaak tijdens zijn buigingen en neervallen in het gebed: “Heilig bent U,” wat een zuivering van U betekent van elke tekortkoming die niet bij U past, “O Allah, onze Heer, met Uw lof,” als een lofprijzing voor Uw volmaakte wezen, eigenschappen en daden, “O Allah, vergeef mij,” en verwijder mijn zonden en vergeef mij daarvoor.