Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way






























Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
De Profeet (vrede zij met hem) vertelde aan Aboe Sa'id al-Khudri (moge Allah tevreden zijn met hem ) dat wie in Allah gelooft en Hem aanvaardt als zijn Heer, God, Meester, Eigenaar en Gebieder, en wie de Islam als zijn religie aanneemt door zich volledig te onderwerpen aan al zijn geboden en verboden en in de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) gelooft met alles waarmee hij is gezonden en wat hij heeft overgebracht, voor hem het paradijs gegarandeerd is. Aboe Sa'id (moge Allah tevreden zijn met hem) was verwonderd en zei: "Herhaal het voor mij, o Boodschapper van Allah." Dat deed hij, waarna de Profeet (vrede zij met hem) zei: "En er is nog een eigenschap waarmee Allah de dienaar honderd graden in het paradijs verheft, waarbij de afstand tussen elke twee graden is zoals die tussen de hemel en de aarde." Aboe Sa'id vroeg: "En wat is die eigenschap, o Boodschapper van Allah?" Hij antwoordde: "De djihad op de weg van Allah, de djihad op de weg van Allah".
De Profeet verduidelijkte dat wie een dag vast tijdens de Jihad (er is ook gezegd tijdens de Jihad en daarbuiten) oprecht voor Allah, de beloning wensend van Allah, Allah zal met Zijn Gunst zeventigduizend jaar tussen hem en het Vuur scheiden.
De Profeet (vrede zij met hem) heeft verkondigd dat mensen goed blijven zolang zij het vasten zonder vertraging verbreken na het zeker weten dat de zon is ondergegaan; dit is een naleving van de Soennah en respect voor haar voorschriften.
De moslims gaven in de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) en in de tijd van de rechtgeleide kaliefen na hem de zakat al-fitr namens jong en oud, in de hoeveelheid van één sâʿ (vier handenvol) voedsel. Het voedsel dat zij gaven bestond uit gerst, rozijnen (gedroogde druiven), aqit (gedroogde melk) en dadels. De maat van een sâʿ is vier moedd, waarbij één moedd gelijk staat aan de hoeveelheid die in de handen van een gemiddelde man past. Toen Moe'awiya, moge Allah tevreden met hem zijn, als kalief in Medina aankwam en de tarwe uit het Levantgebied overvloedig was, hield hij een toespraak en zei: "Ik vind dat twee moedden van de tarwe uit het Levantgebied (de helft van een sâʿ) gelijk staan aan één sâʿ van dadels." De mensen namen dit aan. Aboe Sa'id al-Khoedri, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: "Wat mij betreft, ik blijf het geven zoals ik het gaf in de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) zolang ik leef"
Enkele metgezellen, moge Allah tevreden met hen zijn, namen de soehoer met de Profeet (vrede zij met hem) waarna hij op stond voor het Fajr-gebed. Anas vroeg aan Zaid ibn Thabit, moge Allah tevreden met hem zijn: 'Hoeveel tijd was er tussen de adhan en het beëindigen van het soehoer?' Zaid, moge Allah tevreden met hem zijn, antwoordde: 'Het was de tijd die nodig was om vijftig gemiddelde verzen te reciteren, niet te lang en niet te kort en de recitatie was niet snel en ook niet traag'.
De moeder der gelovigen, Aïsha (moge Allah tevreden met haar zijn), heeft bericht dat de Profeet (vrede zij met hem) de gewoonte had om i'tikaf (het afzonderen in de moskee voor aanbidding) te verrichten in de laatste tien dagen van de Ramadan, op zoek naar de Nacht van het Lot (Laylat al-Qadr). Hij bleef dit doen tot zijn overlijden. Zijn vrouwen (moge Allah tevreden met hen zijn) bleven na hem deze praktijk voortzetten.
De Profeet ( vrede zij met hem) spoorde aan tot het nemen van de soehoer-maaltijd, het eten aan het einde van de nacht ter voorbereiding op het vasten, omdat daarin een grote zegening ligt — veel goed in de vorm van beloning en verdienste, de mogelijkheid om in het laatste deel van de nacht te bidden, versterking voor het vasten, energie om het vol te houden en verlichting van de moeilijkheden ervan.
De Profeet (vrede zij met hem) verbood de moslim om één of twee dagen voor Ramadan te vasten uit voorzorg voor de maand Ramadan, aangezien de verplichting tot het vasten in Ramadan afhankelijk is gesteld van het zien van de maansikkel. Extra voorzorg is daarom onnodig, behalve voor iemand die gewend is op een vaste dag te vasten, zoals op de even dagen of op maandag en donderdag; als het daarmee samenvalt, mag hij vasten. Dit wordt echter niet beschouwd als een voorbereiding op Ramadan. Ook andere verplichte vasten zoals inlossing van gemiste dagen of een gelofte zijn hiervan uitgesloten.
De Profeet (vrede zij met hem) stelde de Zakaat al-Fitr na Ramadan verplicht, in een hoeveelheid van één sâʿ, die het gewicht heeft van vier moedds. Een moedd is de vulling van de handen van een gemiddelde man en kan worden gegeven in dadels of gerst, verplicht voor iedere moslim—vrij of slaaf, man of vrouw, jong of oud—op voorwaarde dat men voldoende voedsel heeft voor de dag en nacht, zowel voor zichzelf als voor degenen die men onderhoudt. Hij beval dat deze zakat gegeven moest worden vóórdat de mensen vertrekken naar het Eid-gebed.