





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Ibn 'Abbās (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: Op een dag reed ik achter de Profeet (vrede en zegeningen van Allah zij met hem), en hij zei: "O jongen, ik zal je woorden leren: Wees Allah indachtig en Allah zal je beschermen. Wees Allah indachtig en je zult Hem voor jou vinden. Als je vraagt, vraag dan aan Allah, en als je hulp zoekt, zoek dan hulp bij Allah. En weet dat als de Oemmah bijeen zouden komen om jullie ergens mee te helpen, zij jullie nergens mee zouden helpen, behalve met wat Allah jullie heeft voorgeschreven. En als zij bijeen zouden komen om jullie ergens mee te schaden, dan zouden zij jullie nergens mee schaden, behalve met wat Allah jullie heeft voorgeschreven. De pennen zijn opgeheven en de bladzijden zijn opgedroogd".
Overgeleverd door At-TirmidhiIbn 'Abbās (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelt dat hij op een dag als jongen achter de boodschapper (moge Allah Zijn vrede en zegeningen met hem zijn) reed, en hij zei tegen hem: Ik zal je dingen leren waardoor Allah je daarmee zal bevoordelen: Wees Allah indachtig door Zijn geboden en verboden in acht te nemen, zodat Hij jou aanschouwt met aanbidding en vroomheid en jou geen zonden en slechte daden ziet verrichten. Als je dat doet, krijg je als beloning Allah Zijn bescherming tegen onaangename dingen in deze wereld en in het Hiernamaals en dat Hij je zal steunen in je inspanningen, waar je ook heengaat. Als je iets wilt vragen, vraag het dan aan niemand anders dan aan Allah, want Hij alleen antwoordt aan hen die vragen. En als jullie hulp nodig hebben, zoek dan alleen hulp bij Allah. En jullie moeten er zeker van zijn dat geen voordeel tot jullie zal komen, zelfs al zouden alle bewoners van de aarde bijeenkomen om het tot jullie te brengen, behalve als Allah het voor jullie voorgeschreven heeft en dat geen kwaad jullie zal overkomen, zelfs al zouden alle bewoners van de aarde bijeenkomen om het tot jullie te brengen, behalve als Allah het voor jullie voorgeschreven heeft. En dat Allah, de Almachtige, deze zaak geschreven en voorbestemd had volgens Zijn wijsheid en kennis, en dat wat Allah geschreven had niet veranderd kan worden.
Aboe Hoerayra, moge Allah tevreden over hem zijn, zei: "Iedereen van mijn Oemmah (mijn natie) zal het Paradijs binnengaan, behalve zij die weigeren." Zij zeiden: "En wie zou weigeren, O Boodschapper van Allah?" Hij zei: "Wie mij gehoorzaamt zal het Paradijs binnengaan en wie mij ongehoorzaam is heeft geweigerd."
Overgeleverd door Al-BoekhariDe Boodschapper (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem rusten) informeerde dat zijn gehele Oemmah (natie) het Paradijs zal binnengaan, behalve degenen die dit weigeren! Daarop zeiden de metgezellen (moge Allah tevreden met hen zijn): En wie zou dit weigeren, O Boodschapper van Allah?! Hij antwoordde hen dat hij die de Boodschapper (moge Allah Zijn vrede en zegeningen met hem zijn) gehoorzaamt en volgt, het Paradijs zal binnengaan, maar dat hij die ongehoorzaam is en zich niet aan de islamitische wetten houdt, het Paradijs niet zal binnengaan vanwege zijn slechte daden.
Ibn 'Umar (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Wie een volk imiteert, wordt beschouwd als één van hen."
Overgeleverd door Aboe Dawoed en AhmedDe boodschapper (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) verteld dat wie sommige mensen imiteert - ongelovigen, zondaars of rechtvaardigen - door hen na te bootsen met iets van hun karaktertrekken met betrekking tot hun geloof, daden van aanbidding, of gewoonten, één van hen wordt. Dit is omdat uiterlijke imitatie naar innerlijke imitatie leidt. Bovendien duidt het imiteren van mensen zonder twijfel op bewondering voor hen, en het kan leiden tot het liefhebben, respecteren en geneigd zijn tot hen, wat een persoon er ook toe kan brengen om hen zelfs innerlijk en in hun aanbidding te imiteren.
Van Abdoellah ibn Mas'oed (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: Ik vroeg de profeet (vrede zij met hem): 'Welke zonde is de grootste voor Allah? Hij antwoordde: 'Dat je een gelijke aan Allah stelt, terwijl Hij jou geschapen heeft.' Ik zei: 'Dat is inderdaad een grote zonde.' Toen vroeg ik: 'En daarna?' Hij zei: 'Het doden van je eigen kind, uit vrees dat hij met jou zal voeden.' Ik vroeg: 'En daarna?' Hij zei: 'Het plegen van overspel met de vrouw van je buurman.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe profeet (vrede zij met hem), werd gevraagd over de grootste zonden, en hij antwoordde: Het grootste van hen is de ernstige vorm van polytheïsme, waarbij je een gelijke of partner aan Allah toekent in Zijn goddelijkheid, Heerschappij, Namen of Eigenschappen. Deze zonde wordt alleen vergeven door berouw, en als de persoon die eraan schuldig is en sterft zonder berouw, zal hij voor eeuwig in de Hellevuur verblijven. Vervolgens komt het doden van zijn kind, uit vrees dat hij met hem zal eten. Het doden van een ziel is verboden, maar de zonde wordt verzwaard als het slachtoffer familie is van de dader. Ook wordt de zonde verzwaard wanneer het doel van de dader is om te voorkomen dat het slachtoffer deelt in Allah's voorziening. Vervolgens is het dat een man overspel pleegt met de vrouw van zijn buurman door te proberen haar te verleiden tot overspel, zodat ze met hem zondigt. Overspel is verboden, maar de zonde wordt groter wanneer de persoon met de vrouw van zijn buurman overspel pleegt, degene die door de wet is aangespoord om vriendelijk en goed met hem om te gaan en zijn gezelschap te waarderen.
Abu Ayyūb al-Ansāri (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Het is voor een moslim onwettig om zijn medemoslim langer dan drie dagen niet te spreken. Wanneer zij elkaar ontmoeten, keren beiden elkaar de rug toe. Maar de beste van hen is degene die begint met het begroeten van de ander."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (moge Allah Zijn vrede en zegeningen met hem zijn) verbood dat een moslim zijn medemoslim langer dan drie dagen de rug toekeert. Wanneer zij elkaar ontmoeten, groet geen van hen de ander of praat niemand met elkaar. De beste van van die twee personen is degene die de ruzie probeert te beëindigen en de ander als eerst groet. Het soort verlatenheid dat bedoeld wordt in deze Hadīth is wat een persoon doet omwille van zichzelf. Echter, een persoon mag anderen verlaten omwille van Allah Almachtig, zoals het verlaten van zondaars, ketterse vernieuwers en slechte metgezellen. Dit heeft geen tijdslimiet. Integendeel, het is afhankelijk van een oorzaak en moet eindigen wanneer de oorzaak afwezig is.
Abu Sirmah (moge Allah tevreden met hem zijn) rapporteerde: De Boodschapper van Allah (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Wie kwaad berokkent, zal door Allah worden geschaad en wie leed berokkent, zal door Allah in leed worden gestort."
Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, Ibn Maja en AhmedDe Profeet (moge Allah Zijn vrede en zegeningen met hem zijn) waarschuwde tegen het berokkenen van schade of tegenspoed aan een moslim in welke vorm dan ook, zowel tegen hemzelf, zijn bezittingen of zijn familie. Wie dat doet, Allah zal hem onderwerpen aan een bestraffing die gelijk is aan zijn daad.
Djarier ibn ‘Abdoellah (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: We waren bij de profeet (vrede zij met hem) op een nacht toen hij naar de maan keek - de volle maan- en zei: ''Jullie zullen jullie Heer zien zoals jullie deze maan zien, en niets zal Zijn zichtbaarheid voor jullie verhinderen. Als jullie kunnen, probeer dan niet te falen in het verrichten van een gebed voor zonsopgang en voor zonsondergang.' Hij reciteerde vervolgens: 'En prijs de lof van jouw Heer voordat de zonsopgang komt en voordat de zon ondergaat.
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimOp een nacht, in het gezelschap van de profeet (vrede zij met hem) keken zijn metgezellen naar de maan - de veertiende nacht - en zei: Waarlijk, de gelovigen zullen hun Heer werkelijk met hun ogen zien, zonder twijfel, en ze zullen niet dringen of enige vermoeidheid of inspanning ondervinden wanneer ze Hem, de Verhevene, zien. Toen zei de Boodschapper van Allah ( vrede zij met hem ): Als jullie in staat zijn om de redenen weg te nemen die jullie weerhouden van het gebed van het ochtendgebed en het middaggebed, doe dat dan. En bid ze beide op tijd en in gemeenschap, want dit is een van de manieren om naar het aangezicht van Allah, de Verhevene, te kijken. Vervolgens las de profeet (vrede zij met hem) het vers voor: "En prijs de lof van jouw Heer vóór de opgang van de zon en vóór haar ondergang".
Abu Musa, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: De Boodschapper van Allah, (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn), zei: "Allah laat de onderdrukker zeker toe om door te gaan in zijn onderdrukking, maar dan grijpt Hij hem vast en laat hem niet ontsnappen." Hij reciteerde vervolgens: "En zo is de grijp van jouw Heer wanneer Hij de steden grijpt terwijl ze onrechtvaardig zijn; de greep van Hem is pijnlijk en hard." (Soera Hoed, 11:102)
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet, vrede zij met hem, waarschuwde tegen volharden in onrecht door middel van zonden, associatie met God (shirk), en het onrechtvaardig behandelen van mensen met betrekking tot hun rechten. Want Allah, de Verhevene, verleent de onderdrukker uitstel, stelt zijn straf uit, verlengt zijn leven en rijkdom, zodat de bestraffing niet onmiddellijk plaatsvindt. Dit gebeurt als hij geen berouw toont. Anders zal Allah hem grijpen, loslaten en niet met rust laten vanwege de overvloed van zijn onderdrukking. Toen reciteerde hij: "Zo is de grijp van uw Heer wanneer hij de steden en daarvan inneemt. Voorwaar, zijn grijp is pijnlijk en hard} [Hud: 102]»
Abu al-Hayaj al-Asadi zei: Ali bin Abi Talib zei tegen mij: Mag ik je vertellen wat de Boodschapper van Allah,(moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn), mij heeft vertelt? Laat een standbeeld niet achter zonder het uit te wissen, of een verhoogd graf zonder te verlagen (dit is enkel van toepassing voor bevoegde instanties).
Overgeleverd door Moeslim"De Profeet vrede zij met hem stuurde zijn metgezellen altijd op pad met de instructie om geen 'beeld' achter te laten - wat een afbeelding was met of zonder vorm - behalve als ze het verwijderden of uitwisten." "En laat geen verhoogd graf achter zonder het gelijk te maken met de grond, en sloop eventuele bouwwerken erop, of maak het plat zodat het niet hoog boven de grond uitsteekt, maar slechts een handbreedte boven de grond uitkomt."