





























Hadeeth Cards
Da'wa cards that highlight great meanings from the noble prophetic hadiths in a simple style and attractive display that helps the Muslim to have a deeper understanding of his religion in an easy way
All
Overgeleverd door Mo‘aadha — moge Allah haar genadig zijn — die zei: Ik vroeg aan Aïcha — moge Allah tevreden over haar zijn —: ‘'Wat is de reden dat een menstruerende vrouw haar vasten moet inhalen, maar haar gebed niet hoeft in te halen?'’ Daarop antwoordde Aïcha: ‘Ben jij soms een Haroeriyyah?’ (bedoelend: behoor je tot de extremistische stroming die uit Haroeraa’ is voortgekomen?). Ik zei: ‘Nee, ik behoor daar niet toe, ik stel slechts een vraag.’ Toen zei zij: ‘Dat overkwam ons eveneens, en wij werden opgedragen het vasten in te halen, maar wij kregen niet de opdracht het gebed in te halen.’'
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimMo‘aadha al-‘Adawiyya vroeg aan Moeder der Gelovigen Aïcha (moge Allah tevreden over haar zijn) en zei: “Wat is de reden dat een menstruerende vrouw het vasten moet inhalen, maar het gebed niet hoeft in te halen?” Daarop antwoordde Aïcha haar: “Ben jij soms van de Haroeriyyah — de extremistische Khawaaridj — die zich overdadig verliezen in het stellen van vragen uit halsstarrigheid en buitensporige strengheid?” Ik zei: “Nee, ik behoor niet tot de Haroeriyyah, ik stel slechts een vraag.” Toen zei Aïcha: “Ook wij maakten dat mee in de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) en wij kregen het bevel het vasten in te halen, maar wij kregen niet de opdracht het gebed in te halen.”
Overgeleverd van Oemmi Qays bint Mihsan (moge Allah tevreden zijn met haar): "Dat zij haar jonge kind, dat nog niet at, tot de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) bracht. De Profeet (vrede zij met hem) liet het kind op zijn schoot zitten; het kind urineerde op zijn kleding. Toen bad hij over water, waarmee hij het kind reinigde zonder het kind te wassen.”
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimOemmi Qays bint Mihsan -moge Allah tevreden zijn met haar- bracht haar jonge kind, dat nog niet had leren eten, tot de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). De Profeet (vrede zij met hem) liet het kind op zijn schoot zitten; het kind urineerde op zijn kleding. Toen nam hij water en besprenkelde daarmee zijn kleding, zonder het te wassen.
Aboe Hoerayra (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: "Een man kwam tot de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en zei:“O Boodschapper van Allah, stel dat er iemand komt die mijn bezit van mij wil afnemen?”De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: “Geef hem jouw bezit niet.” De man vroeg: “En wat als hij mij bestrijdt?” De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Bestrijd hem.” De man vroeg: “En wat als hij mij doodt?” De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Dan ben jij een martelaar.” De man vroeg:“En wat als ik hem dood?” De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Dan is hij verdoemd tot het Vuur.”
Overgeleverd door MoeslimEen man kwam tot de Profeet (vrede zij met hem) en vroeg: “O Boodschapper van Allah, stel dat er iemand komt die mijn bezit wil afnemen?” De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde:“Het is niet jouw plicht je gewonnen te geven en hem jouw bezit te overhandigen.” De man vroeg verder: “En als hij mij aanvalt?” De Profeet (vrede zij met hem) zei:“Dan staat het je toe jezelf te verdedigen, zelfs met geweld.” De man vroeg: “En als hij mij doodt?” De Profeet (vrede zij met hem) zei:“Dan ben jij een martelaar.” De man vroeg: “En als ik hem dood?” De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Dan verdient hij de bestraffing van het Hellevuur op de Dag der Opstanding.”
Abdoellah bin Omar (moge Allah tevreden zijn, over hen beiden) zei: "De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei terwijl hij op het minbar stond en sprak over liefdadigheid, zelfrespect en het vragen om hulp: "De verhoogde hand is beter dan de lagere hand; de verhoogde hand is die van de gever en de lagere hand is die van degene die vraagt." "
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) noemde tijdens zijn preek op het minbar de deugden van liefdadigheid, het zich onthouden van het vragen om hulp en zei vervolgens: "De verhoogde hand die geeft is beter en dierbaarder bij Allah dan de lagere hand die vraagt."
"Overgeleverd door Sahl (moge Allah tevreden zijn met hem), van de Profeet (vrede zij met hem), die zei:" "Voorwaar, in het Paradijs is er een deur die 'Ar-Rayyan' wordt genoemd. De vastende mensen zullen door deze deur binnengaan op de Dag des Oordeels. Niemand anders zal door deze deur binnengaan. Er zal geroepen worden: 'Waar zijn de vastende mensen?' En zij zullen opstaan en door de deur binnengaan en niemand anders zal ermee binnengaan. Zodra de laatste is binnengegaan, wordt de deur gesloten en er zal niemand anders meer doorheen gaan."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Profeet (vrede zij met hem) vertelde dat er een poort in het Paradijs is genaamd "Ar-Rayyan," waar de vastende mensen op de Dag des Oordeels doorheen zullen gaan. Niemand anders zal door deze poort gaan. Er zal geroepen worden: "Waar zijn de vastende mensen?" en zij zullen opstaan en door de poort gaan. Nadat de laatste vastende persoon is binnengegaan, zal de poort gesloten worden en niemand anders zal erdoorheen gaan.
Overgeleverd van Azzubayr ibn al-Awwaam — moge Allah tevreden over hem zijn — dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Voorwaar, als iemand van jullie zijn touw zou nemen, daarmee een bundel brandhout op zijn rug bijeenbrengt, die vervolgens verkoopt en zich met de opbrengst ervan weet te onderhouden — waarmee Allah zijn gezicht behoedt voor vernedering — dan is dat voor hem beter dan dat hij de mensen om iets vraagt, of zij hem nu geven of weigeren.”
Overgeleverd door Al-BoekhariDe Profeet (vrede zij met hem) maakt duidelijk dat het voor eenieder van de mensen beter is om een vorm van werk te verrichten, hoe bescheiden ook — al is het slechts een touw nemen, brandhout verzamelen, het op zijn rug dragen en het verkopen om daarmee in levensonderhoud te voorzien, te geven in liefdadigheid of zich ermee te vrijwaren van afhankelijkheid van anderen — dan te moeten vragen aan de mensen, die hem misschien geven, maar hem evengoed kunnen weigeren. Want het vragen aan mensen is een bron van vernedering, terwijl de gelovige behoort te leven in waardigheid en eer, vrij van knechting.
Anas bin Malik, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: De Boodschapper van Allah,(vrede zij met hem) zei: "Sta je broeder bij, zowel in onrecht als wanneer hij onrecht ondergaat" Daarop vroeg een man: “O Boodschapper van Allah, ik begrijp dat ik hem moet bijstaan wanneer hij onrecht ondergaat, maar hoe sta ik hem bij als hij onrecht pleegt?" De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde:“Je staat hem bij door hem tegen te houden en hem te weerhouden van het onrecht; dat is zijn ware bijstand.”
Overgeleverd door Al-BoekhariDe Profeet (vrede zij met hem) beval de moslim om zijn broeder te steunen, ongeacht of deze een onderdrukker of een onderdrukte is. Toen zei een man: "O Boodschapper van Allah, ik begrijp hoe ik hem moet steunen wanneer hij wordt onderdrukt, namelijk door het onrecht van hem weg te nemen. Maar hoe kan ik hem steunen wanneer hij onrecht pleegt?" Hij antwoordde: "Je dient hem te weerhouden, hem tegen te houden en zijn handen te beteugelen. Je dient hem te verhinderen het onrecht te begaan, want daarin ligt juist zijn ware steun, het is zijn overwinning op zijn duivel en op zijn eigen neiging tot het kwaad."
Overgeleverd door Ali ibn Abi Talib (moge Allah tevreden zijn met hem) zei: De profeet (vrede zij met hem) nam zijde in zijn linkerhand en goud in zijn rechterhand, tilde ze beide op en zei: "Voorwaar, deze twee zijn verboden voor de mannen van mijn gemeenschap, maar toegestaan voor hun vrouwen."
رواه أبو داود والنسائي وابن ماجهDe profeet (vrede zij met hem) nam een stuk zijde of een stuk daarvan in zijn linkerhand en nam goud of sieraden in zijn rechterhand. Vervolgens verklaarde hij dat het dragen van zijde en goud verboden is voor mannen, terwijl het toegestaan is voor vrouwen.
Jabir ibn ʿAbd Allah (moge Allah tevreden zijn met hen ), zei: “De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) was op reis toen hij een menigte mensen zag, en onder hen een man die beschutting kreeg. Hij vroeg: ‘'Wat is er aan de hand?'’ Men antwoordde: ‘Het is een reiziger die aan het vasten is.’ Daarop zei hij: '‘Vasten is geen deugd tijdens het reizen.’' In een overlevering van Moeslim zei hij bovendien: ‘'Houdt u vast aan de verlichting die Allah u heeft toegestaan."
Overeengekomen tussen al-Boekhari en MoeslimDe Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) was op reis toen hij een man zag omringd door mensen, terwijl hem schaduw werd verschaft tegen de hitte van de zon en zijn grote dorst. Hij vroeg: ‘'Wat is er met hem?'’ Men antwoordde: ‘'Hij is aan het vasten.'’ Hij zei: ‘'Vasten is geen deugd tijdens het reizen; houd u aan de vergemakkelijking die Allah u heeft toegestaan.''